NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2012 - 2015

 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image Saldo en schuld van de gezamenlijke overheid breadcrumb image De begroting 2012


Op het niveau van entiteit I
Initiële begroting 2012, meerjarenbegroting 2012-2014 (december 2011)
Begrotingscontrole 2012 (maart 2012)

Maatregelen op het niveau van entiteit II 
Het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap
De Vlaamse Gemeenschap
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De Duitstalige Gemeenschap
De Franse Gemeenschapscommissie


De begroting 2012

Op het niveau van entiteit I

Initiële begroting 2012, meerjarenbegroting 2012-2014 (december 2011)

België heeft zich geëngageerd om het tekort van de gezamenlijke overheid in 2012 te beperken tot 2,8 % van het bbp. Dit engagement om in 2012 een tekort voor de gezamenlijke overheid te hebben van 2,8 % van het bbp is ook als dusdanig opgenomen in het regeerakkoord van de federale regering. Hierbij verbindt de federale regering zich om het tekort voor entiteit I tot 2,4 % van het bbp te beperken. Dit engagement betekent dat de beleidsniveaus van entiteit II zich houden aan een tekort van maximum 0,4 % van het bbp.

De initiële begroting 2012 die de federale regering heeft opgesteld in december 2011 werd opgemaakt in een meerjarenperspectief en behelst de periode 2012-2014. De leidraad bij deze begrotingsopmaak was het stabiliteitsprogramma 2011-2014 van april 2011. De federale overheid heeft het hierin voorgestelde traject gevolgd. De basiscijfers voor de initiële begroting waren afkomstig van het Monitoringcomité van de federale overheid dat een raming had gemaakt van het vorderingensaldo bij ongewijzigd reglementair kader. Er werd hierbij uitgegaan van een economische groei van 0,8 % in 2012, en van 2,1 % in 2013 en 2014.

Op basis van deze cijfers was er nood aan inspanningen ten belope van 11,3 miljard EUR voor 2012, van 13,2 miljard EUR voor 2013 en van 15,9 miljard EUR voor 2014 om te komen tot het genormeerd tekort zoals voorgesteld door de Hoge Raad van Financiën in zijn advies van maart 2011.

De maatregelen die werden genomen bij de initiële begroting kunnen worden onderverdeeld in uitgavenmaatregelen, inkomstenmaatregelen, en andere maatregelen (zie onderstaande tabel). Het totaal van de maatregelen zorgde ervoor dat het gewenst tekort zoals voorgesteld door de Hoge Raad van Financiën voor entiteit I werd gehaald.

In het kader van het Regeerakkord werd een budgettair meerjarenplan bepaald tot 2014. In dit plan neemt het aandeel van de uitgavenverminderingen toe van 42% in 2012, tot 48% in 2013 en tot 52% in 2014. Het aandeel van ontvangsten daalt van 34% in 2012, tot 31% in 2013 en tot 28% in 2014. Het aandeel van diverse maatregelen evolueert van 24% in 2012, naar 21% in 2013 en naar 20% in 2014.

TABEL 10
Maatregelen initiële begroting

 (in miljoen EUR)

2012 2013 2014
Uitgaven 4.369 42% 6.033 48% 8.091 52%
Ontvangsten 3.524 34% 3.932 31% 4.313 28%
 Andere 2.557 24% 2.630 21% 3.083 20%
 Totaal nieuwe maatregelen        10.450   12.595   15.487  
 Technische correcties 999   866   946  
 Institutioneel akkoord -159   -248   -343  
 Totaal  incl. technische correcties 11.290   13.213   16.090  
 Winst intrestlasten 0   259   441  
 Nieuwe maatregelen 0   -285   -615  
 Totaal na inrekenen intrestlasten 11.290   13.187   15.916  

Het meerjarenperspectief laat ook toe om het structureel karakter van de genomen maatregelen in de verf te zetten. De geraamde impact van de maatregelen exclusief technische correcties loopt op van 10,5 miljard EUR in 2012 tot 15,5 miljard EUR in 2014.

Uitgaven

De uitgaven worden op verschillende vlakken beperkt, namelijk bij de primaire uitgaven, bij de fiscale uitgaven en in de sociale zekerheid. Daarnaast is er ook een impact van de “usurperende bevoegdheden”. Een gedetailleerd overzicht van de verschillende maatregelen wordt gegeven in bijlage.

Vooreerst werd het MMA-fonds (het fonds voor de milieuvriendelijke maatregelen betreffende de autovoertuigen) op 31/12/2011 afgeschaft (opbrengst van 328 miljoen EUR in 2012 tot 397 miljoen EUR in 2014). Ten tweede werden een aantal verminderingen van de dotatie aan de NMBS-groep beslist, zoals het verminderen van de investeringsdotatie in 2012 (203 miljoen EUR) en een beperking van de exploitatie- en investeringsdotaties (vermindering met 50 miljoen EUR in 2012 tot 100 miljoen EUR in 2014). Ten derde worden de kredieten van het DGOS (Directoraat-generaal ontwikkelingssamenwerking) vastgelegd op hun bedrag van 2011, wat een besparing oplevert van 145 miljoen EUR in 2012 en 2013 en 310 miljoen EUR in 2014. Ten vierde zijn er belangrijke extra-besparingen bij de administraties, onder meer een vermindering van de personeelskredieten (opbrengst 120 miljoen EUR in 2012 tot 215 miljoen EUR in 2014) en van de werkings- en investeringskredieten (met 51 miljoen EUR in 2012 tot 153 miljoen EUR in 2014). Er wordt bovendien rekening gehouden met het opnemen door de gemeenschappen en gewesten van een groter deel van de pensioenlasten van hun statutaire ambtenaren, de zogenaamde responsabiliseringsbijdrage (opbrengst van 89 miljoen EUR in 2012 tot 116 miljoen EUR in 2014). Ook zijn er belangrijke structurele maatregelen genomen op het vlak van overheidspensioenen (opbrengst van 212 miljoen EUR in 2013 en 424 miljoen EUR in 2014).

De belastingsverminderingen voor energiebesparende uitgaven in een woning zullen worden verminderd vanaf 2013. Dit geeft een netto-opbrengst van 260 miljoen EUR in 2013 en 520 miljoen EUR in 2014. Ook wordt het systeem van aftrekken in de personenbelasting vereenvoudigd (opbrengst 56 miljoen EUR in 2013 en 116 miljoen EUR in 2014).

Het grootste deel van de uitgavenbeperking gebeurt bij de sociale zekerheid. Ten eerste wordt de groeinorm van de ziekteverzekering aangepast (opbrengst zal 1.562 miljoen EUR bedragen in 2012, 2.016 miljoen EUR in 2013 en 2.520 miljoen EUR in 2014). Bovendien worden extra-besparingen doorgevoerd binnen de ziekteverzekering en de sociale zekerheid, ten belope van 823 miljoen EUR in 2012, van 745 miljoen EUR in 2013 en van 828 miljoen EUR in 2014.

Daarnaast is er nog steeds een onderbenutting binnen de gezondheidszorg ten belope van 320 miljoen EUR. De benutting van de welvaartsenveloppes in de stelsels van de loontrekkenden en van de zelfstandigen wordt voor 2013 en 2014 beperkt tot 60 % (opbrengst van respectievelijk 123 miljoen EUR en 245 miljoen EUR). Ook wordt het systeem van dienstencheques aangepast (opbrengst van 106 miljoen EUR in 2013 en 120 miljoen EUR in 2014). Daarenboven zullen de openbare instellingen van de sociale zekerheid en de derden-instanties aan een strikte uitgavencontrole worden onderworpen (opbrengst van 141 miljoen EUR in 2012 tot 234 miljoen EUR in 2014).

Daarnaast zijn er een aantal structurele maatregelen genomen die een belangrijke impact op de uitgaven hebben. Het systeem van tijdskrediet en loopbaanonderbreking werd hervormd (opbrengst van 52 miljoen EUR in 2012 tot 125 miljoen EUR in 2014). Ook de arbeidsmarkt wordt hervormd door verschillende ingrepen, zoals de aanpassing van het systeem van wachtuitkeringen (opbrengst van 131 miljoen EUR in 2012 tot 136 miljoen EUR in 2014) van werkloosheid, onder meer door een versterking van de degressiviteit van de uitkeringen en aansporingsmaatregelen (opbrengst van 116 miljoen EUR in 2012 tot 332 miljoen EUR in 2014).

“Usurperende bevoegdheden” zijn bevoegdheden die eigenlijk onder de gewesten en gemeenschappen vallen, maar waarvoor de federale overheid nog uitgaven doet. In de federale meerjarenbegroting werd hiervoor een besparing voorzien van 250 miljoen EUR in 2012 en van 300 miljoen EUR in 2013 en 2014. Het overleg met de gemeenschappen en gewesten hierover is gestart met de interministeriële conferentie van financiën en begroting van 27 maart 2012 en wordt verdergezet in werkgroepen.

Inkomsten

Een gedetailleerd overzicht van de inkomstenmaatregelen in de meerjarenbegroting 2012-2014 wordt gegeven in bijlage. De inkomstenmaatregel met de grootste budgettaire impact is de hervorming van het systeem van notionele intrestaftrek (opbrengst van 1.620 miljoen EUR in 2012 tot 2.318 miljoen EUR in 2014). Daarnaast is er de harmonisatie van de roerende voorheffing naar 21 %, en naar 25 % voor roerend inkomen boven 20.000 EUR (totale opbrengst 917 miljoen EUR in 2012 tot 943 miljoen EUR in 2014). Andere belangrijke maatregelen zijn het aanpassen van de meerwaardebelasting bij vennootschappen (150 miljoen EUR opbrengst in 2012, vervolgens 180 miljoen EUR) en het uitsluiten van notarissen en gerechtsdeurwaarders van bepaalde BTW-vrijstellingen (opbrengst van 100 miljoen EUR in 2012 tot 109 miljoen EUR in 2014). Ook is de berekening van de opbrengsten van de gratis terbeschikkingstelling van een privéwoning door vennootschappen aangepast (opbrengst van 170 miljoen EUR in 2012 tot 177 miljoen EUR in 2014). Daarnaast zijn de accijnzen op tabak verhoogd (jaarlijkse opbrengst van 158 miljoen EUR) en wordt op betaaltelevisie een BTW-tarief van 21 % geheven (opbrengst van 84 miljoen EUR in 2012 tot 92 miljoen EUR in 2014). Tot slot is de berekening van het voordeel in natura bij de terbeschikkingstelling van bedrijfsvoertuigen aangepast (opbrengst van 200 miljoen EUR in 2012 tot 210 miljoen EUR in 2014).

Andere

Onder de diverse maatregelen vallen een aantal belangrijke posten die geld opbrengen voor de begroting (een overzicht is in bijlage gegeven). De strijd tegen fiscale en sociale fraude wordt opgevoerd (opbrengst 720 miljoen EUR in 2012, 1 miljard EUR in 2013 en 1,5 miljard in 2014). Een recurrente aanvullende bankentaks wordt geheven (100 miljoen EUR opbrengst in 2012, 2013 en 2014). Ook wordt in 2012 een opbrengst voorzien uit het depositobeschermingsfonds ten belope van 476 miljoen EUR en 159 miljoen EUR in 2013. De procedure voor de aangifte van successiedossiers wordt veranderd (opbrengst van 150 miljoen EUR in 2012, 156 miljoen EUR in 2014).

Daarenboven werd rekening gehouden met een aantal terugverdieneffecten door de verhoogde werkgelegenheidscreatie als gevolg van de structurele maatregelen (263 miljoen EUR in 2012 tot 630 miljoen EUR in 2014).

Tot slot zijn er een aantal niet-fiscale ontvangsten, zoals de nucleaire rente (jaarlijks 300 mio EUR), het buitengewoon dividend van Belgacom (jaarlijks 96 mio EUR), een recurrente ontvangst van de Nationale Bank van België (jaarlijks 100 mio EUR) en de veiling van 4G-licenties (opbrengst in 2012 van 80 miljoen EUR).

Begrotingscontrole 2012 (maart 2012)

In februari 2012 heeft het Monitoringcomité een nieuw rapport opgesteld, waarbij de meest recente informatie met betrekking tot inkomsten en uitgaven van entiteit I werd opgenomen. Door de verslechtering van de economische toestand was het noodzakelijk dat bijkomende maatregelen werden genomen om de begrotingsdoelstelling voor 2012 te bereiken. Bij de begrotingscontrole van maart 2012 werd voor het begrotingsjaar 2012 een bijkomende inspanning geleverd van 1,8 miljard EUR.

Ten opzichte van de cijfers vóór conclaaf werden er een aantal technische aanpassingen aan de initiële ramingen doorgevoerd (0,3 miljard EUR). De primaire uitgaven werden (exclusief bijdrage aan het ESM en de evenwichtsdotatie aan de sociale zekerheid) met 0,2 miljard EUR gereduceerd. Er werden voor een 0,4 miljard bijkomende fiscale ontvangsten beslist en voor eenzelfde bedrag nieuwe niet-fiscale ontvangsten. Het lagere interestpeil liet toe om de interestlasten met een 0,1 miljard EUR naar beneden toe te herzien. In de sociale zekerheid werden voor een 0,1 miljard EUR aan nieuwe besparingsmaatregelen genomen. De 250 miljoen EUR voor de “usurperende bevoegdheden” die werden opgenomen in de initiële begroting worden bevestigd.

Er werden twee buffers aangelegd die de doelstelling moeten veilig stellen. In de economische begroting van februari werd uitgegaan van een beperkte reële groei van 0,1 % voor 2012. De regering heeft echter beslist een conjunctuurreserve aan te leggen van 350 miljoen EUR. Er werd dus impliciet uitgegaan van een beperkte inkrimping (0,1 %) van de economie. Dit stemt overeen met de ramingen van de NBB en de interim raming van de Europese Commissie die op het moment van de begrotingscontrole beschikbaar waren.

Naast het aanleggen van een conjunctuurbuffer van 350 miljoen EUR besliste de regering om een begrotingsreserve aan te leggen van 650 miljoen EUR op ESR-basis. Deze bestaat enerzijds uit administratieve blokkering van primaire uitgaven (70 miljoen EUR van de interdepartementale provisie, 80 miljoen EUR investeringskredieten en 124 miljoen EUR werkingskredieten) en 166 miljoen EUR uitgaven in de gezondheidszorg en anderzijds het voorzien van mobiliseerbare fiscale ontvangsten van de derde pensioenpijler (210 miljoen EUR).

Tevens wordt een nieuw versterkt mechanisme van budgettaire behoedzaamheid ingevoerd voor de rest van het jaar, met een evaluatie bij de begrotingscontrole van juli 2012. Alle uitgavendossiers worden vooraf geëvalueerd door een werkgroep bestaande uit de vertegenwoordigers van de eerste minister, de vice-eerste ministers en de minister van begroting.

TABEL 11
Maatregelen begrotingscontrole

 (in miljard EUR)

2012
Uitgaven 0,3  
   Primaire uitgaven   0,2
   Sociale zekerheid   0,1
 Ontvangsten       0,8  
    Fiscale ontvangsten   0,4
    Niet-fiscale ontvangsten   0,4
 Totaal nieuwe maatregelen 1,1  
 Technische correcties 0,3  
 Usurperende bevoegdheden (herbevestiging) 0,3  
 Totaal incl. technische correcties 1,7  
 Winst intrestlasten 0,1  
  Totaal na inrekenen intrestlasten 1,8  
 Bevriezing en mobilisering ontvangsten 0,7  

Een deel van de extra inspanning bestaat uit eenmalige factoren. Anderzijds zijn er ook een aantal maatregelen waarvan het effect de komende jaren zal toenemen. Grosso modo kan er van uitgegaan worden dat ongeveer 2/3 van de bijkomende maatregelen een structureel karakter hebben en dat het voor 1/3 of 0,6 miljard EUR eenmalige maatregelen betreft. Deze maatregelen voegen zich bij de maatregelen ten belope van 11,3 miljard EUR die werden beslist tijdens de initiële begrotingsopmaak. Inclusief de bijkomende maatregelen beslist tijdens de begrotingscontrole beloopt de totale inspanning 12,8 miljard EUR of ongeveer 3,4% van het bbp.

Maatregelen op het niveau van entiteit II

Ook de gefedereerde entiteiten hebben ingrijpende maatregelen genomen, voornamelijk om de efficiëntie van de overheidsbesturen te verbeteren. De volgende delen hernemen de bijdragen van de respectieve gefedereerde entiteiten.

Het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap

Sinds de aantreding in de zomer van 2009 hebben de regeringen van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap een prioriteit gemaakt van de sanering en de duurzaamheid van de openbare financiën van beide entiteiten. Ter herinnering, ten gevolge van de economische recessie in 2009, werden Wallonië en de Franse Gemeenschap geconfronteerd met een vermindering van hun (institutionele) ontvangsten ten belope van 1,25 miljard EUR.

Beide regeringen hebben zich er toe verbonden om hun gezamenlijk vorderingensaldi ten laatste tegen 2015 opnieuw in evenwicht hebben. In het najaar 2009 hebben zij een pakket, voornamelijk structurele, maatregelen aangenomen met als doel de groei van de primaire uitgaven te beheersen en de inning van de eigen ontvangsten te optimaliseren. De omvang van de maatregelen is zo bepaald om enerzijds Wallonië en de Franse Gemeenschap op pad te zetten naar een evenwicht in 2015 en anderzijds om voor dezelfde periode de financiering van “Marshall 2.Vert” plan, het socio-economische actieplan van de regering gericht op een economische herlancering van Wallonië en de Franse Gemeenschap, te verzekeren.

Bij de opstelling van de initiële begroting 2012 heeft de regering beslist om het gezamenlijk vorderingensaldo van de beide entiteiten te beperken tot een tekort van maximum 2,8 % van de ontvangsten van Wallonië en de Franse Gemeenschap samen. Het nieuwe traject naar een evenwicht, zoals vastgelegd door deze beslissing, wordt weergegeven in volgende tabel:

 

TABEL 12
Genormeerd traject - Initiële begroting 2012

 (in miljoen EUR)

2012 2013 2014 2015
Franse Gemeenschap -257,9 -202,9 -101,4 0
Waals Gewest -201,7 -135,3 -67,6 0
TOTAAL -459,6 -338,2 -169,1 0
 Opmerking: voor de jaren 2013 tot 2015 zijn de vastgelegde doelstellingen voor Wallonië en de Franse Gemeenschap ramingen.       

Bovendien waakt de regering erover dat de beleidsdomeinen die het meest bijdragen aan de economische groei worden gevrijwaard: onderwijs, tewerkstellingsbeleid en vorming, onderzoek, steun aan bedrijven, huisvesting alsook mobiliteit en de projecten mede gefinancierd door de Europese Unie. Deze benadering blijkt succesvol te zijn met name omdat het verschil tussen het gemiddelde bbp per capita van het Waals Gewest en dat van het Rijk is verminderd van -14,92 % in 2007 tot -11,63 % in 2012. De regering zorgt eveneens ook voor het bewaren van de houdbaarheid van de financiën van de lokale overheden. Het financieringsmechanisme door middel van het gemeentefonds werd behouden (de index verhoogd met 1 %) evenzeer als het beleid ter ondersteuning van lokale investeringen. Zoals vastgesteld door de analisten van Belfius, zijn de schulduitgaven per capita in het Waals Gewest in de periode 2007-2011 sneller gedaald dan in de 2 andere gewesten. Ten slotte heeft de regering ook de solidariteit tussen de Franstalige entiteiten gewaarborgd, door het verlenen van een uitzonderlijke dotatie in 2010, 2011 en 2012 aan de Franse Gemeenschapscommissie.

De voornaamste structurele maatregelen die in 2009 werden aangenomen door de regering en nu nog steeds van kracht zijn, zijn:

•  vermindering van het aantal ministers;

• vermindering van 15 % van de uitgaven voor de ministeriële kabinetten bovenop de besparing van 10 % die reeds in 2005 was doorgevoerd;

• jaarlijkse vermindering van 3 % van de uitgaven verbonden aan het openbare ambt, gepaard met een responsabilisering van de hoogste ambtenaren wat betreft het aanwervingsbeleid;

• vermindering van 30 % van de uitgaven voor communicatie van het Waals Gewest;

• bevriezing (nulgroei) van de werkingsdotatie aan het Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap;

• bevriezing van de werkingssubsidies aan de instellingen van openbaar nut en aanverwanten, alsook monitoring van het gebruik van hun reserves die mogelijk effect kunnen hebben op het geconsolideerd vorderingensaldo;

• bevriezing van een aantal zogenaamde facultatieve primaire uitgaven (waarvan de evolutie niet is gereglementeerd) die samen 1,9 miljard EUR vertegenwoordigen voor Wallonië en 0,5 miljard EUR voor de Franse Gemeenschap;

• monitoring van de investeringsuitgaven.

Naast deze structurele maatregelen heeft de begrotingscontrole van 2009 ook een aantal nieuwe beleidsinitiatieven die nog niet van kracht waren, geschrapt.

Op niveau van de Franse Gemeenschap werd de fasering van een aantal uitgaven die over verschillende jaren waren gepland (aanpassing van de werkingsdotaties en –subsidies voor de instellingen van het verplicht onderwijs, herfinanciering van de universiteiten,…) herzien om de impact op de betrokken periode te verminderen. De regering heeft eveneens beslist om in de onderwijssector de leeftijd om te kunnen genieten van de ter beschikkingstelling om persoonlijke redenen alvorens op pensioen te gaan, op te trekken van 55 naar 58 jaar. Deze maatregel, rekening houdend met een overgangsperiode, zou de kosten voor het onderwijspersoneel moeten verminderen met 13,5 miljoen EUR in 2013, 22,2 miljoen EUR in 2014 en 39,7 miljoen in 2015.

De zogenaamde facultatieve primaire uitgaven ( 1,9 miljard EUR voor het Waals Gewest en 0,5 miljard EUR voor de Franse Gemeenschap) zijn, buiten het feit dat ze niet meer evolueren sinds 2009, onderworpen aan een aantal besparingen die bijdragen tot een structurele verbetering van het begrotingstraject:

• Voor Wallonië:

  •  -2,5 % (ongeveer 50 miljoen EUR) bij de opstelling van de initiële begroting 2010;

  •  -2,5 % (ongeveer 50 miljoen EUR) bij de opstelling van de initiële begroting 2012;

  •  -1,3 % (ongeveer 25 miljoen EUR) bij de begrotingscontrole 2012 uitgevoerd in maart 2012.-

• Voor de Franse Gemeenschap:

  •  -3,8 % (ongeveer 10 miljoen EUR) bij de begrotingscontrole 2012 uitgevoerd in maart 2012.-

In het kader van de begrotingscontrole van maart 2012 heeft de Waalse regering besloten een aantal administratieve blokkeringen in te stellen, voor een bedrag van 23 miljoen EUR (1,3 %), voor de facultatieve primaire uitgaven ter compensatie een nieuwe verslechtering van de macro-economische omgeving en de negatieve gevolgen daarvan op de regionale ontvangsten die zouden worden vastgesteld bij een tweede begrotingscontrole in het derde trimester van 2012.

Naast de uitgaven werden een aantal maatregelen aangenomen met betrekking tot de ontvangsten voor de begrotingen 2009, 2010, 2011 en 2012:

• Milieufiscaliteit:

- herziening van de toekenningvoorwaarde voor de “eco-bonus” (premie ten voordele van voertuigen met een lage CO2 emissie) rekening houdend met de constante verbetering van de prestatie van het Waalse wagenpark alsook een verstrenging van de eco-malus schaal gericht op de voertuigen waarvan de CO2 uitstoot boven het regionaal gemiddelde ligt om zodoende de constante verbetering nog meer te benadrukken;

- herziening van de belastingsvoet op afval;

- het invoeren van een nieuwe heffing op de winning van drinkbaar water.

• Voor de registratierechten bij de overdracht van onroerende goederen: toepassing van een verminderde belastingniveau voor de verkoop van onroerend goed waarvan het kadastraal inkomen niet hoger is dan 745 EUR voor het deel van de verkoopswaarde van het goed dat de drempel voor de toekenning van sociale hypothecaire lening niet overschrijdt.

• Voor de registratierechten bij schenking van een onroerend goed: verhoging van 10 % van de belasting wat respectievelijk overeenkomt met een verhoging van 3 naar 3,3 %, van 5 naar 5,5 % en van 7 naar 7,7 %.

• Wat betreft kijk- en luistergeld: een beleid gericht op een betere inning. De inningsgraad is gestegen van 80 % naar 94,7 %. 

• Met betrekking tot de verkeersbelastingen: een akkoord is gesloten tussen de 3 gewesten met betrekking tot de invoering van een wegenvignet voorzien vanaf 2013.

Voor de begroting 2012 heeft de regering geanticipeerd op de groeivertraging die was ingezet bij het begin van het derde trimester in 2011. Ze heeft besloten om een conjunctuurprovisie aan te leggen voor een bedrag van 40 miljoen EUR voor Wallonië en 88 miljoen EUR voor de Franse Gemeenschap. Deze provisies maakten het mogelijk om een groot deel van het verlies aan ontvangsten, ten gevolge van de sterke vermindering van de groei van het bbp in 2012 (van oorspronkelijk 1,6 % naar 0,1 %), te compenseren. In het kader van de begrotingscontrole 2012 heeft de regering een conjunctuurprovisie behouden van 9,4 miljoen EUR voor het Waals Gewest en 13,4 miljoen EUR voor de Franse Gemeenschap. Deze provisies zullen toelaten om indien nodig een nieuwe daling in de economische groei te compenseren.

Naast kwantitatieve maatregelen heeft de regering ook kwalitatieve maatregelen genomen met het oog op een verbetering van het budgettair beheer. De regering heeft meerdere budgettaire monitoringsprocedures ingevoerd voor uitgaven van het openbare ambt, uitgaven voor het onderwijspersoneel, uitkeringen en studiebeurzen, energiepremies alsook uitgaven in verband met de investeringen voor afvalverwerking. Sinds 2010 onderhoudt de regering constructieve contacten met het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) met als doel de recentste evoluties van de richtlijnen van Eurostat met betrekking tot de ESR 95 normen te integreren in de budgettaire processen. Meer specifiek maken de nettodeelnemingen en kredietverleningen deel uit van een constante evaluatie met betrekking tot de definitie van de financiële verrichtingen in ESR termen. Op basis van advies van het INR zijn een aantal nettodeelnemingen en kredietverleningen voortaan niet meer gedefinieerd als financiële verrichtingen in ESR termen. Andere verrichtingen, waarvan het statuut nog bestudeerd wordt, geven aanleiding tot het aanleggen van provisies bestemd voor een eventuele herkwalificatie van niet-financiële verrichtingen te neutraliseren. Deze contacten hebben eveneens toegelaten om de definiëring van financiële verrichtingen in ESR termen van verschillende regionale tussenkomsten te bevestigen. Het gewest doet voortaan beroep op het voorafgaand advies van het INR om zodoende een correcte verrekening in ESR termen te realiseren. Het schuldbeheer en de dekking van de financieringsbehoefte is eveneens het onderwerp geweest van verschillende verbeteringen met betrekking tot het beter controleren van de renterisico’s, het afvlakken van de aflossingen, diversifiëren van de tegenpartijen, groei van de mededinging, diversifiëren van de financieringsmiddelen, verhogen van de heractivering, wegwerken van de achterstand om zo de financieringsvoorwaarden verbeteren in een precair financiële context.

Sinds 2009 heeft de regering van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap steeds gewaakt over het respecteren van de budgettaire objectieven die haar waren opgelegd in het kader van het overleg tussen de Federale Staat en de deelstaten. Voor de jaren 2009 en 2010 zijn de objectieven van het stabiliteitsprogramma tussen de verschillende beleidniveaus vastgelegd in een akkoord. In 2010 heeft regering beslist om een deel van de nieuwe inkomsten, ten gevolge van de economische heropleving, aan te wenden voor de vermindering van de financieringsbehoefte, dit voor een bedrag van 100 miljoen EUR. Voor de jaren 2011 en 2012 werd de verdeling van de objectieven besproken in de interministeriële conferentie van begroting en financiën. Er is geen formeel akkoord getekend, toch zijn de deelstaten ertoe verbonden om hun tekorten te beperken overeenstemmend met de doelstellingen uit het stabiliteitsprogramma. Voor 2011 heeft de regering van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap haar gezamenlijke financieringsbehoefte beperkt tot -563,6 miljoen EUR wat een verbetering is van 252,1 miljoen EUR ten opzichte van de doelstelling van -815,4 miljoen EUR die was overeengekomen met de federale regering. Op basis van de beschikbare cijfers zal deze marge van 252 miljoen EUR voldoende zijn om de tussenkomsten te dekken, zonder af te wijken van het stabiliteitsprogramma, ten voordele van de Dexia Holding of zijn aandeelhouders in 2011.

Ten slotte verbindt de regering van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap zich er toe om een permanente monitoring te houden met betrekking tot de openbare financiën van beide entiteiten.

De Vlaamse Gemeenschap

Begrotingsopmaak 2012 (september 2011)

De initiële begroting 2012 is opgesteld op basis van de door het Federaal Planbureau in september 2011 ingeschatte economische groei m.b.t. 2011 en 2012 van resp. 2,4 % en 1,6 %. T.o.v. 2011 neemt de bruto beleidsruimte toe met 1,14 miljard EUR omwille van verhoogde ontvangsten en een bijgestelde inschatting van de onderbenutte kredieten. Voor het begrotingsjaar 2012 werden de ESR gecorrigeerde ontvangsten op 26,9 miljard EUR begroot. Dat is 1,0 miljard EUR of 4,0 % meer dan bij de begrotingscontrole 2011 die op 25,9 miljard EUR uitkwam.

De bruto beleidsruimte wordt vooreerst aangewend voor het zogenaamde constant beleid ten belope van 763 miljoen EUR.

Voor het effect van de indexatie dient er 418 miljoen EUR extra te worden uitgetrokken t.o.v. de begrotingscontrole 2011. Die kredieten zijn enerzijds nodig voor het op kruissnelheid brengen van de overschrijding van de spilindex in april 2011 en de verwachte overschrijding van de spilindex in februari 2012 en het aanleggen van een buffer voor een eventuele overschrijding van de spilindex in oktober 2012. Anderzijds worden ook de loon- en werkingskredieten buiten het systeem van de indexprovisie met 2 % aangepast.

Voor de overige uitgaven bij constant beleid, zoals bijvoorbeeld de decretale groei van het gemeentefonds, de evolutie van de loonuitgaven bij onderwijs, de Aquafinfactuur, dient er 284 miljoen EUR te worden uitgetrokken.

Tot slot wordt de bruto beleidsruimte voor 55 miljoen EUR aangewend door het wegvallen van de eenmalige aanwending in 2011 van de reserves van het Vlaams Woningfonds (25 miljoen EUR) en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (30 miljoen EUR).

De resterende netto beleidsruimte van 378 miljoen EUR wordt op zijn beurt aangewend voor:

- de reeds aangekondigde maatregelen ter stimulering van de arbeidsdeelname van laagverdieners naar aanleiding van de afschaffing van de jobkorting ten belope van 38,4 miljoen EUR;

- het instellen van een conjunctuurbuffer van 40 miljoen EUR;

- het instellen van een provisie met 60 miljoen EUR beleidskredieten en 70 miljoen EUR betaalkredieten voor het opvangen van de eventuele budgettaire gevolgen van de invoering van het Rekendecreet enerzijds en dringende investeringen uitgaven anderzijds;

- 230 miljoen EUR nieuwe initiatieven conform de uitvoering van het Regeerakkoord.

Per saldo sluit de Vlaamse regering de begroting af met een positief vorderingensaldo van 0,7 miljoen EUR.

1ste begrotingsaanpassing 2012 (februari 2012)

De eerste begrotingsaanpassing werd in februari 2012 doorgevoerd. Bij de opmaak van de begroting voor 2012 ging het federale Planbureau in september vorig jaar nog uit van een economische groei van 1,6 %. De recentste ramingen van het Planbureau geven aan dat de economische groei voor 2012 nagenoeg stilvalt tot 0,1 % terwijl de inflatieverwachtingen verder oplopen. Ook de groei voor 2011 is naar beneden aangepast.

Die aanpassingen hebben gevolgen voor zowel de middelen- als de uitgavenbegroting van Vlaanderen.

Op basis van de door het Planbureau bijgestelde groei voor 2011 en 2012 van resp. 1,9 % en 0,1 % worden de middelen verkregen uit de bijzondere financieringswet nu op 19,73 miljard EUR begroot, wat een afname met 308 miljoen EUR ten opzichte van de begrotingsopmaak 2012 betekent.

Voor de gewestbelastingen worden de ontvangsten geraamd op 4,97 miljard EUR, ofwel een netto-afname met 82,7 miljoen EUR. Bij ongewijzigd beleid dalen de gewestbelastingen met 172,7 miljoen EUR. Hiertegenover staan extra ontvangsten ten belope van 60 miljoen EUR bij de successierechten omwille van het inkorten van de aangiftetermijn met 1 maand en 30 miljoen EUR bij de registratierechten door het verhogen van registratierechten in geval van verdelingen met 1 procentpunt.

Tot slot wordt in 2012 nog meevaller van 57,9 miljoen EUR ingeschreven daar een deel van de in 2011 voorziene verkoop van gronden en installaties door de Vlaamse Milieumaatschappij aan Aquafin niet kon uitgevoerd worden in 2011.

Samenvattend kunnen we stellen dat de ESR-gecorrigeerde ontvangsten van de Vlaamse overheid 332,7 miljoen EUR lager ingeschat worden dan bij de begrotingsopmaak 2012.

De beleidsruimte neemt evenwel nog verder af met 56,7 miljoen EUR omwille van de effecten van de verhoogde inflatieramingen op de uitgavenkredieten. De uitgaven worden immers (al dan niet gedeeltelijk) gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex. De recente ramingen voor de gezondheidsindex bedragen 2,7 % in 2012 wat 0,7 %-punt hoger is dan de raming bij de begrotingsopmaak 2012.

De meerkost van een verhoging van de indexatieparameter van 2 % naar 2,7 % bedraagt 15 miljoen EUR voor de loongebonden kredieten en 16,5 miljoen EUR voor de niet - loongebonden kredieten. De verhoogde raming voor de gezondheidsindex 2012 betekent ook een vroegere eerste indexsprong in januari 2012 (vs februari 2012 zoals geraamd bij de begrotingsopmaak) en een tweede indexsprong in oktober 2012. De meerkost hiervan bedraagt 45,2 miljoen EUR die voor 20 miljoen EUR opgevangen kan worden door de buffer op de indexprovisie. Netto moet er dus 25,2 miljoen EUR extra ingeschreven worden.

Naast deze tegenvallers aan ontvangsten- en uitgavenzijde wordt de beleidsmarge enerzijds uitgebreid door een verhoogde inschatting van de onderbenutting op de ter beschikking gestelde kredieten met 27,2 miljoen EUR maar anderzijds ingeperkt door een verhoging van het overschot met 7,4 miljoen EUR.

De totale beleidsruimte neemt derhalve per saldo met 369,6 miljoen EUR af. Teneinde het begrotingsevenwicht te vrijwaren werd er dus, bovenop de discretionaire maatregelen bij de gewestbelastingen, voor eenzelfde bedrag bespaard op de uitgavenkredieten:

- in eerste instantie heeft de Vlaamse regering eind 2011 al een aantal maatregelen doorgevoerd die de inspanning voor 2012 zouden verlichten. Zo werden voor in totaal 89,4 miljoen EUR facturen betaald die pas in 2012 werden verwacht;

- een tweede inspanning werd gevonden in het voorzichtige begrotingsbeleid zoals dat de afgelopen jaren werd gevoerd, dankzij de aanleg van een hele reeks buffers. Die buffers worden gedeeltelijk aangesproken om het tekort te verminderen, in de mate dat de onzekerheden waarvoor deze buffers zijn ingeschreven verminderd zijn. De conjunctuurbuffer wordt teruggebracht met 24 miljoen EUR. Er blijft derhalve 16 miljoen EUR over in de conjunctuurprovisie. De buffer voor betaalincidenties wordt teruggebracht van 50 miljoen EUR naar 30 miljoen EUR. Op het Vlaams Fonds voor Lastendelging wordt 41,8 miljoen EUR gevonden. Bij de ingeschreven buffers voor de toepassing van het Rekendecreet en dringende investeringen wordt 10 miljoen EUR aan vereffeningskrediet gehaald. Ten slotte kan de rentebuffer, dankzij effectief lagere rentes op de markt, ook met 17,5 miljoen EUR worden aangesproken;

- als laatste inspanning werd in diverse domeinen een reeks besparingsmaatregelen doorgevoerd, die samen goed zijn voor 167 miljoen EUR. Het grootste deel van de inspanning levert de Vlaamse Regering door uitgaven op apparaat te drukken voor in totaal 104,2 miljoen EUR. Dat bedrag wordt concreet gerealiseerd door het bevriezen van de niet-loonkredieten in 2012 op het niveau van 2011 (goed voor 76,8 miljoen EUR), een besparing van 10,5 miljoen EUR op de niet-loonkredieten en een besparingsvoorstel van het College van Ambtenaren-Generaal op de personeels- en personeelsgerelateerde kredieten van 16,85 miljoen EUR. De strategische investerings-, opleidingssteun en investeringssteun wordt hervormd tot een strategische transformatiesteun. Via een meer gerichte inzet van die ondersteuningsinstrumenten wordt binnen het Fonds voor Flankerend Economisch Beleid een recurrente minderuitgave van 20 miljoen EUR gerealiseerd. Door een latere inwerkingtreding van de maatregelen vernieuwd sociaal beleid wordt een besparing gerealiseerd van 30 miljoen EUR.

Tot slot dient nog benadrukt dat de Vlaamse Regering haar beleid van voorzichtig en vooruitziend begroten verder aanhoudt door nog 106 miljoen EUR aan buffers over te houden voor eventuele tegenvallers in 2012.

Per saldo sluit de Vlaamse Regering de begroting af bij de eerste begrotingsaanpassing met een positief vorderingensaldo van 10,9 miljoen EUR. Hierbij kan de Vlaamse Regering ook het gros van haar nieuw beleid voor 2012 (200 miljoen EUR) handhaven en aldus bijdragen tot een versteviging van het economisch draagvlak. Alleen de opstap naar het vernieuwde Vlaamse sociaal beleid wordt uitgesteld. Er werden ook beslissingen genomen die positieve effecten hebben op de begrotingen van de komende jaren (zie verder).

Er is ook nog een 2de begrotingsaanpassing voorzien die wordt afgerond eind april.

Zoals gebruikelijk bewaakt een monitoringcomité vervolgens de evolutie van de uitgaven en ontvangsten voor het betrokken begrotingsjaar.

Maatregelen op middellange termijn

Naar aanleiding van de 1ste begrotingsaanpassing 2012 heeft de Vlaamse Regering een aantal maatregelen genomen die het vorderingensaldo de komende jaren positief zullen beïnvloeden en aldus de begroting in evenwicht moeten houden:

• Vervroegd uittreden in onderwijs (regime van ter beschikking stelling (TBS)) wordt afgebouwd:

Voor kleuteronderwijzers die geboren zijn op 1 januari 1957 of later (jonger dan 55 jaar op 31 december 2011), wordt de bestaande TBS-regeling beperkt tot 2 jaar die de datum waarop het personeelslid recht heeft op een pensioen ten laste van de openbare schatkist, voorafgaat.

Voor de overige personeelsleden die geboren zijn op 1 januari 1955 of later (jonger dan 57 jaar op 31 december 2011), wordt de TBS-regeling afgeschaft.

Het wachtgeld voor alle nieuwe instappers de TBS-regeling zal ook worden verminderd.

• In het kader van de begrotingsopmaak 2013 zal met ingang van 1/1/2013 naar het voorbeeld van de Franse Gemeenschap ook voor de Vlaamse Gemeenschap inclusief onderwijs het maximum aantal ziektedagen dat kan gecumuleerd worden (als voorafname op het pensioen) beperkt worden tot 180 werkdagen of 250 kalenderdagen.

• De besparingsdoelstelling inzake het verminderen van het aantal Vlaamse ambtenaren wordt verhoogd van 5 % naar 6 % in 2014.

• De kostendekkingsgraad van De Lijn moet stijgen met 0,5 % punt per jaar van de beheersovereenkomst. Vanaf 2013 en volgende zal dit onder meer gebeuren via maatregelen langs de inkomstenzijde.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De begrotingsopmaak en -aanpassing 2011 hield rekening met een begrotingstekort van 313 miljoen EU. Bij de begrotingsopmaak 2012 werd het begrotingstekort teruggebracht tot 254 miljoen EUR, hetzij een vermindering met ongeveer 20 % ten opzichte van de doelstelling 2011. Omdat op federaal niveau een akkoord bereikt werd met betrekking tot een correcte financiering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gaat het Gewest mee in een meerjarentraject om te komen tot een begrotingsevenwicht.

Naast de afbouw van het begrotingstekort wordt er in de begroting 2012 inglobo werk gemaakt van de afbouw van het encours binnen de diensten van de Regering. Er worden voor ongeveer 70 miljoen EUR meer vereffeningskredieten voorzien dan vastleggingskredieten.

Naar de prioritaire uitdagingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toe: met name de demografische groei die op ons afkomt, tewerkstelling en vorming alsook mobiliteit, zitten vervat in de begroting 2012:

- meer dan 50 miljoen EUR extra voor een mobiliteitsbeleid;

- een versterking met meer dan 20 miljoen EUR ten voordele van de New Deal en van het tewerkstellingsbeleid;

- de nodige middelen teneinde de financiering van 3500 nieuwe schoolplaatsen te garanderen.

Hoewel met betrekking tot de uitvoering 2011, het exacte ESR-tekort nog niet gegeven kan worden, kan gesteld worden dat de vooropgestelde doelstelling van -313 miljoen EUR zeker gehaald zal worden. Dit resultaat houdt ook rekening met de budgettaire gevolgen tengevolge van de vrijwillige vereffening van de Gemeentelijke Holding. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betekende dit dat een bijkomend tekort van 97,5 miljoen EUR diende gecompenseerd te worden bij uitvoering van de begroting 2011.

De Duitstalige Gemeenschap

De financiële crisis heeft gevolgen voor de overheidsbegrotingen en op de economische vooruitzichten op middellange termijn. Daarom wil de regering van de Duitstalige Gemeenschap verschillende maatregelen nemen om in 2015 een begroting in evenwicht te halen. Zij wil vermijden dat de tewerkstelling vermindert. Ze zal volgende maatregelen nemen:

a) vermindering van de loonkosten:

- Voor het personeel van de diensten van de Duitstalige Gemeenschap, met inbegrip van het onderwijzend personeel:

- worden de weddeschalen tijdelijk verminderd met 1 % in 2013 en bijkomend nog eens met 1 % in 2014; in 2018 en 2019 zal deze maatregel ongedaan worden gemaakt. Over de concrete uitvoering onderhandelt de regering momenteel met de vakbonden. Tegen midden april wordt de uitkomst van de onderhandelingen verwacht;

- hervorming van het stelsel van cumul van ziektedagen in het openbaar ambt;

- Regering en Parlement:

- de wedden van de Ministers en de Parlementsvoorzitter worden voorgoed verminderd met 2 %.

b) vermindering van de werkingskosten en toelagen

- diensten van de regering:
Apparaatkosten worden verminderd met 10 % voor zover ze niet verbonden zijn aan lopende contracten;

- dotaties aan lokale overheden:
de evolutie van de dotaties in 2013 en 2014 wordt beperkt tot een aanpassing aan de index;

- instellingen van openbaar nut:
de dotaties voor 2013 en 2014 worden bevroren op het bedrag dat is uitgetrokken voor 2012;

- instellingen die betoelaagd worden volgens een beheersovereenkomst die geldt tot in 2014:
hun toelage voor 2015 wordt beperkt tot het bedrag van de toelage die hen is toegekend in 2014.

De Franse Gemeenschapscommissie

De FGC heeft te lijden aan een structurele onderfinanciering die de begrotingstoestand sedert jaren ondermijnt. De instelling beschikt immers niet over een fiscale capaciteit en is bijgevolg afhankelijk van institutionele dotaties.

Met deze situatie in het achterhoofd werd een strategie ontwikkeld sedert 2009 om terug te keren naar een evenwicht aan de hand van een tweeledig mechanisme: de uitgaven beheersen en vertrouwen op de solidariteit van de belangrijkste institutionele financiers (de Franse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Daarnaast heeft de FGC gedurende vele jaren een structurele herfinanciering geëist van de federale overheid. In het kader van de VI° Institutionele Hervorming werd een herfinanciering bekomen die voor de jaren 2012 tot 2015 gespreid wordt over geïndexeerde en aan de groei gekoppelde schijven van 8 miljoen EUR per jaar. In 2016 zal de volledige herfinanciering van 32 miljoen gehaald worden op een geraamd jaarlijks budget van 380 miljoen EUR.

De geleverde inspanningen en de bekomen herfinanciering laten de FGC toe de toekomst met een meer gerust gemoed tegemoet te kijken. Het normatief traject van de HRF voorziet voor de FGC een tekort van 11,5 miljoen EUR voor 2012. Bij de initiële begroting had de FGC een tekort voorzien van 1,5 miljoen EUR. De FGC heeft, overeenkomstig haar eigen traject om terug keren naar een evenwicht sedert 2009, systematisch een tekort dat gelijk of kleiner was dan hetgeen “toegelaten” was door de HRF opgetekend, zoals geillustreerd wordt in onderstaande tabel:

TABEL 13
Traject Franse Gemeenschapscommissie

 (in miljoen EUR)

Tekort toegelaten door de HRF Tekort ingeschreven bij de initiële begroting
2009 4,0 4,0
2010   2,0 2,0
2011   8,1 2,0
2012  11,5 1,5

Voor 2012 moet er echter rekening gehouden met een belangrijk punctueel element. Het College van de Franse Gemeenschapscommissie heeft met een beslissing van 26 januari 2012 het IBFFP (Bruxelles-Formation, eenInstelling van openbaar nut (ION) geïntegreerd in de consolidatieperimeter van de FGC) toegestaan een gebouw te verwerven teneinde er haar opleidingen te organiseren en in de toekomst haar huurlasten te verminderen en het aanbod van beroepsopleiding in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren. Deze aankoop zal een direct gevolg hebben op de vorderingensaldo in 2012, terwijl dit toch binnen de door de HRF vastgelegde norm zal worden gehouden. Deze “one shot”-operatie zal vanaf 2013 toelaten om structurele besparingen te realiseren op de begroting van de ION van de FGC waardoor die laatste terug zal keren op het originele traject naar een evenwicht;

Het doel van het College van de Franse Gemeenschapscommissie is immers een evenwicht te bereiken in de initiële begroting 2013 of ten laatste 2014, daarbij rekening houdende met inflatie- en groeiparameters. Om dit te verwezenlijken heeft de FGC op 17 november 2011 een meerjarenraming aangenomen, gebaseerd op de strenge parameters voor de groei van de uitgaven en voorzichtige hypothesen voor de ontvangsten.

Tegelijk met de structurele controlemaatregelen voor de uitgaven werd er een aantal jaren geleden een systeem van monitoring van de uitvoering van de begroting opgezet. Een begrotingscontrole vindt elk jaar plaats tijdens de eerste maanden van het jaar en kan aanpassingen met zich teweeg brengen. Er wordt overigens systematisch een aanpassing doorgevoerd tegen het einde van het jaar, tegelijk met het opstellen van de initiële begroting van het volgende jaar. Dit monitoringsysteem heeft reeds bewezen efficiënt te zijn en heeft toegelaten om de afgelopen jaren het tekort onder controle te houden.

Laatste wijziging : 13-07-2012
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy