|
Op het niveau van entiteit I
Initiële begroting 2012, meerjarenbegroting 2012-2014 (december
2011)
Begrotingscontrole 2012 (maart 2012)
Maatregelen op het niveau van
entiteit II
Het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap
De Vlaamse Gemeenschap
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
De Duitstalige Gemeenschap
De Franse Gemeenschapscommissie
De begroting 2012
Op het niveau van
entiteit I
Initiële begroting
2012, meerjarenbegroting 2012-2014 (december 2011)
België heeft zich
geëngageerd om het tekort van de gezamenlijke overheid in 2012 te beperken
tot 2,8 % van het bbp. Dit engagement om in 2012 een tekort voor de
gezamenlijke overheid te hebben van 2,8 % van het bbp is ook als dusdanig
opgenomen in het regeerakkoord van de federale regering. Hierbij verbindt de
federale regering zich om het tekort voor entiteit I tot 2,4 % van het bbp
te beperken. Dit engagement betekent dat de beleidsniveaus van entiteit II
zich houden aan een tekort van maximum 0,4 % van het bbp.
De initiële begroting
2012 die de federale regering heeft opgesteld in december 2011 werd
opgemaakt in een meerjarenperspectief en behelst de periode 2012-2014. De
leidraad bij deze begrotingsopmaak was het stabiliteitsprogramma 2011-2014
van april 2011. De federale overheid heeft het hierin voorgestelde traject
gevolgd. De basiscijfers voor de initiële begroting waren afkomstig van het
Monitoringcomité van de federale overheid dat een raming had gemaakt van het
vorderingensaldo bij ongewijzigd reglementair kader. Er werd hierbij
uitgegaan van een economische groei van 0,8 % in 2012, en van 2,1 % in 2013
en 2014.
Op basis van deze cijfers
was er nood aan inspanningen ten belope van 11,3 miljard EUR voor 2012, van
13,2 miljard EUR voor 2013 en van 15,9 miljard EUR voor 2014 om te komen tot
het genormeerd tekort zoals voorgesteld door de Hoge Raad van Financiën in
zijn advies van maart 2011.
De maatregelen die werden
genomen bij de initiële begroting kunnen worden onderverdeeld in
uitgavenmaatregelen, inkomstenmaatregelen, en andere maatregelen (zie
onderstaande tabel). Het totaal van de maatregelen zorgde ervoor dat het
gewenst tekort zoals voorgesteld door de Hoge Raad van Financiën voor
entiteit I werd gehaald.
In het kader van het
Regeerakkord werd een budgettair meerjarenplan bepaald tot 2014. In dit plan
neemt het aandeel van de uitgavenverminderingen toe van 42% in 2012, tot 48%
in 2013 en tot 52% in 2014. Het aandeel van ontvangsten daalt van 34% in
2012, tot 31% in 2013 en tot 28% in 2014. Het aandeel van diverse
maatregelen evolueert van 24% in 2012, naar 21% in 2013 en naar 20% in 2014.
TABEL
10
Maatregelen initiële begroting |
|
(in miljoen EUR) |
2012 |
2013 |
2014 |
|
Uitgaven |
4.369 |
42% |
6.033 |
48% |
8.091 |
52% |
|
Ontvangsten |
3.524 |
34% |
3.932 |
31% |
4.313 |
28% |
|
Andere |
2.557 |
24% |
2.630 |
21% |
3.083 |
20% |
|
Totaal nieuwe
maatregelen |
10.450 |
|
12.595 |
|
15.487 |
|
|
Technische correcties |
999 |
|
866 |
|
946 |
|
|
Institutioneel akkoord |
-159 |
|
-248 |
|
-343 |
|
|
Totaal incl.
technische correcties |
11.290 |
|
13.213 |
|
16.090 |
|
|
Winst intrestlasten |
0 |
|
259 |
|
441 |
|
|
Nieuwe maatregelen |
0 |
|
-285 |
|
-615 |
|
|
Totaal na
inrekenen intrestlasten |
11.290 |
|
13.187 |
|
15.916 |
|
Het meerjarenperspectief
laat ook toe om het structureel karakter van de genomen maatregelen in de
verf te zetten. De geraamde impact van de maatregelen exclusief technische
correcties loopt op van 10,5 miljard EUR in 2012 tot 15,5 miljard EUR in
2014.
Uitgaven
De uitgaven worden op
verschillende vlakken beperkt, namelijk bij de primaire uitgaven, bij de
fiscale uitgaven en in de sociale zekerheid. Daarnaast is er ook een impact
van de “usurperende bevoegdheden”. Een gedetailleerd overzicht van de
verschillende maatregelen wordt gegeven in bijlage.
Vooreerst werd het
MMA-fonds (het fonds voor de milieuvriendelijke maatregelen betreffende de
autovoertuigen) op 31/12/2011 afgeschaft (opbrengst van 328 miljoen EUR in
2012 tot 397 miljoen EUR in 2014). Ten tweede werden een aantal
verminderingen van de dotatie aan de NMBS-groep beslist, zoals het
verminderen van de investeringsdotatie in 2012 (203 miljoen EUR) en een
beperking van de exploitatie- en investeringsdotaties (vermindering met 50
miljoen EUR in 2012 tot 100 miljoen EUR in 2014). Ten derde worden de
kredieten van het DGOS (Directoraat-generaal ontwikkelingssamenwerking)
vastgelegd op hun bedrag van 2011, wat een besparing oplevert van 145
miljoen EUR in 2012 en 2013 en 310 miljoen EUR in 2014. Ten vierde zijn er
belangrijke extra-besparingen bij de administraties, onder meer een
vermindering van de personeelskredieten (opbrengst 120 miljoen EUR in 2012
tot 215 miljoen EUR in 2014) en van de werkings- en investeringskredieten
(met 51 miljoen EUR in 2012 tot 153 miljoen EUR in 2014). Er wordt bovendien
rekening gehouden met het opnemen door de gemeenschappen en gewesten van een
groter deel van de pensioenlasten van hun statutaire ambtenaren, de
zogenaamde responsabiliseringsbijdrage (opbrengst van 89 miljoen EUR in 2012
tot 116 miljoen EUR in 2014). Ook zijn er belangrijke structurele
maatregelen genomen op het vlak van overheidspensioenen (opbrengst van 212
miljoen EUR in 2013 en 424 miljoen EUR in 2014).
De
belastingsverminderingen voor energiebesparende uitgaven in een woning
zullen worden verminderd vanaf 2013. Dit geeft een netto-opbrengst van 260
miljoen EUR in 2013 en 520 miljoen EUR in 2014. Ook wordt het systeem van
aftrekken in de personenbelasting vereenvoudigd (opbrengst 56 miljoen EUR in
2013 en 116 miljoen EUR in 2014).
Het grootste deel van de
uitgavenbeperking gebeurt bij de sociale zekerheid. Ten eerste wordt de
groeinorm van de ziekteverzekering aangepast (opbrengst zal 1.562 miljoen
EUR bedragen in 2012, 2.016 miljoen EUR in 2013 en 2.520 miljoen EUR in
2014). Bovendien worden extra-besparingen doorgevoerd binnen de
ziekteverzekering en de sociale zekerheid, ten belope van 823 miljoen EUR in
2012, van 745 miljoen EUR in 2013 en van 828 miljoen EUR in 2014.
Daarnaast is er nog
steeds een onderbenutting binnen de gezondheidszorg ten belope van 320
miljoen EUR. De benutting van de welvaartsenveloppes in de stelsels van de
loontrekkenden en van de zelfstandigen wordt voor 2013 en 2014 beperkt tot
60 % (opbrengst van respectievelijk 123 miljoen EUR en 245 miljoen EUR). Ook
wordt het systeem van dienstencheques aangepast (opbrengst van 106 miljoen
EUR in 2013 en 120 miljoen EUR in 2014). Daarenboven zullen de openbare
instellingen van de sociale zekerheid en de derden-instanties aan een
strikte uitgavencontrole worden onderworpen (opbrengst van 141 miljoen EUR
in 2012 tot 234 miljoen EUR in 2014).
Daarnaast zijn er een
aantal structurele maatregelen genomen die een belangrijke impact op de
uitgaven hebben. Het systeem van tijdskrediet en loopbaanonderbreking werd
hervormd (opbrengst van 52 miljoen EUR in 2012 tot 125 miljoen EUR in 2014).
Ook de arbeidsmarkt wordt hervormd door verschillende ingrepen, zoals de
aanpassing van het systeem van wachtuitkeringen (opbrengst van 131 miljoen
EUR in 2012 tot 136 miljoen EUR in 2014) van werkloosheid, onder meer door
een versterking van de degressiviteit van de uitkeringen en
aansporingsmaatregelen (opbrengst van 116 miljoen EUR in 2012 tot 332
miljoen EUR in 2014).
“Usurperende
bevoegdheden” zijn bevoegdheden die eigenlijk onder de gewesten en
gemeenschappen vallen, maar waarvoor de federale overheid nog uitgaven doet.
In de federale meerjarenbegroting werd hiervoor een besparing voorzien van
250 miljoen EUR in 2012 en van 300 miljoen EUR in 2013 en 2014. Het overleg
met de gemeenschappen en gewesten hierover is gestart met de
interministeriële conferentie van financiën en begroting van 27 maart 2012
en wordt verdergezet in werkgroepen.
Inkomsten
Een gedetailleerd
overzicht van de inkomstenmaatregelen in de meerjarenbegroting 2012-2014
wordt gegeven in bijlage. De inkomstenmaatregel met de grootste budgettaire
impact is de hervorming van het systeem van notionele intrestaftrek
(opbrengst van 1.620 miljoen EUR in 2012 tot 2.318 miljoen EUR in 2014).
Daarnaast is er de harmonisatie van de roerende voorheffing naar 21 %, en
naar 25 % voor roerend inkomen boven 20.000 EUR (totale opbrengst 917
miljoen EUR in 2012 tot 943 miljoen EUR in 2014). Andere belangrijke
maatregelen zijn het aanpassen van de meerwaardebelasting bij
vennootschappen (150 miljoen EUR opbrengst in 2012, vervolgens 180 miljoen
EUR) en het uitsluiten van notarissen en gerechtsdeurwaarders van bepaalde
BTW-vrijstellingen (opbrengst van 100 miljoen EUR in 2012 tot 109 miljoen
EUR in 2014). Ook is de berekening van de opbrengsten van de gratis
terbeschikkingstelling van een privéwoning door vennootschappen aangepast
(opbrengst van 170 miljoen EUR in 2012 tot 177 miljoen EUR in 2014).
Daarnaast zijn de accijnzen op tabak verhoogd (jaarlijkse opbrengst van 158
miljoen EUR) en wordt op betaaltelevisie een BTW-tarief van 21 % geheven
(opbrengst van 84 miljoen EUR in 2012 tot 92 miljoen EUR in 2014). Tot slot
is de berekening van het voordeel in natura bij de terbeschikkingstelling
van bedrijfsvoertuigen aangepast (opbrengst van 200 miljoen EUR in 2012 tot
210 miljoen EUR in 2014).
Andere
Onder de diverse
maatregelen vallen een aantal belangrijke posten die geld opbrengen voor de
begroting (een overzicht is in bijlage gegeven). De strijd tegen fiscale en
sociale fraude wordt opgevoerd (opbrengst 720 miljoen EUR in 2012, 1 miljard
EUR in 2013 en 1,5 miljard in 2014). Een recurrente aanvullende bankentaks
wordt geheven (100 miljoen EUR opbrengst in 2012, 2013 en 2014). Ook wordt
in 2012 een opbrengst voorzien uit het depositobeschermingsfonds ten belope
van 476 miljoen EUR en 159 miljoen EUR in 2013. De procedure voor de
aangifte van successiedossiers wordt veranderd (opbrengst van 150 miljoen
EUR in 2012, 156 miljoen EUR in 2014).
Daarenboven werd rekening
gehouden met een aantal terugverdieneffecten door de verhoogde
werkgelegenheidscreatie als gevolg van de structurele maatregelen (263
miljoen EUR in 2012 tot 630 miljoen EUR in 2014).
Tot slot zijn er een
aantal niet-fiscale ontvangsten, zoals de nucleaire rente (jaarlijks 300 mio
EUR), het buitengewoon dividend van Belgacom (jaarlijks 96 mio EUR), een
recurrente ontvangst van de Nationale Bank van België (jaarlijks 100 mio
EUR) en de veiling van 4G-licenties (opbrengst in 2012 van 80 miljoen EUR).
Begrotingscontrole
2012 (maart 2012)
In februari 2012 heeft
het Monitoringcomité een nieuw rapport opgesteld, waarbij de meest recente
informatie met betrekking tot inkomsten en uitgaven van entiteit I werd
opgenomen. Door de verslechtering van de economische toestand was het
noodzakelijk dat bijkomende maatregelen werden genomen om de
begrotingsdoelstelling voor 2012 te bereiken. Bij de begrotingscontrole van
maart 2012 werd voor het begrotingsjaar 2012 een bijkomende inspanning
geleverd van 1,8 miljard EUR.
Ten opzichte van de
cijfers vóór conclaaf werden er een aantal technische aanpassingen aan de
initiële ramingen doorgevoerd (0,3 miljard EUR). De primaire uitgaven werden
(exclusief bijdrage aan het ESM en de evenwichtsdotatie aan de sociale
zekerheid) met 0,2 miljard EUR gereduceerd. Er werden voor een 0,4 miljard
bijkomende fiscale ontvangsten beslist en voor eenzelfde bedrag nieuwe
niet-fiscale ontvangsten. Het lagere interestpeil liet toe om de
interestlasten met een 0,1 miljard EUR naar beneden toe te herzien. In de
sociale zekerheid werden voor een 0,1 miljard EUR aan nieuwe
besparingsmaatregelen genomen. De 250 miljoen EUR voor de “usurperende
bevoegdheden” die werden opgenomen in de initiële begroting worden
bevestigd.
Er werden twee buffers
aangelegd die de doelstelling moeten veilig stellen. In de economische
begroting van februari werd uitgegaan van een beperkte reële groei van 0,1 %
voor 2012. De regering heeft echter beslist een conjunctuurreserve aan te
leggen van 350 miljoen EUR. Er werd dus impliciet uitgegaan van een beperkte
inkrimping (0,1 %) van de economie. Dit stemt overeen met de ramingen van de
NBB en de interim raming van de Europese Commissie die op het moment van de
begrotingscontrole beschikbaar waren.
Naast het aanleggen van
een conjunctuurbuffer van 350 miljoen EUR besliste de regering om een
begrotingsreserve aan te leggen van 650 miljoen EUR op ESR-basis. Deze
bestaat enerzijds uit administratieve blokkering van primaire uitgaven (70
miljoen EUR van de interdepartementale provisie, 80 miljoen EUR
investeringskredieten en 124 miljoen EUR werkingskredieten) en 166 miljoen
EUR uitgaven in de gezondheidszorg en anderzijds het voorzien van
mobiliseerbare fiscale ontvangsten van de derde pensioenpijler (210 miljoen
EUR).
Tevens wordt een nieuw
versterkt mechanisme van budgettaire behoedzaamheid ingevoerd voor de rest
van het jaar, met een evaluatie bij de begrotingscontrole van juli 2012.
Alle uitgavendossiers worden vooraf geëvalueerd door een werkgroep bestaande
uit de vertegenwoordigers van de eerste minister, de vice-eerste ministers
en de minister van begroting.
TABEL
11
Maatregelen begrotingscontrole |
|
(in miljard EUR) |
2012 |
|
Uitgaven |
0,3 |
|
|
Primaire uitgaven |
|
0,2 |
|
Sociale zekerheid |
|
0,1 |
|
Ontvangsten |
0,8 |
|
|
Fiscale ontvangsten |
|
0,4 |
|
Niet-fiscale
ontvangsten |
|
0,4 |
|
Totaal
nieuwe maatregelen |
1,1 |
|
|
Technische correcties |
0,3 |
|
|
Usurperende bevoegdheden (herbevestiging) |
0,3 |
|
|
Totaal incl. technische correcties |
1,7 |
|
|
Winst intrestlasten |
0,1 |
|
|
Totaal na inrekenen intrestlasten |
1,8 |
|
|
Bevriezing en mobilisering ontvangsten |
0,7 |
|
Een deel van de extra
inspanning bestaat uit eenmalige factoren. Anderzijds zijn er ook een aantal
maatregelen waarvan het effect de komende jaren zal toenemen. Grosso modo
kan er van uitgegaan worden dat ongeveer 2/3 van de bijkomende maatregelen
een structureel karakter hebben en dat het voor 1/3 of 0,6 miljard EUR
eenmalige maatregelen betreft. Deze maatregelen voegen zich bij de
maatregelen ten belope van 11,3 miljard EUR die werden beslist tijdens de
initiële begrotingsopmaak. Inclusief de bijkomende maatregelen beslist
tijdens de begrotingscontrole beloopt de totale inspanning 12,8 miljard EUR
of ongeveer 3,4% van het bbp.
Maatregelen op het
niveau van entiteit II
Ook de gefedereerde
entiteiten hebben ingrijpende maatregelen genomen, voornamelijk om de
efficiëntie van de overheidsbesturen te verbeteren. De volgende delen
hernemen de bijdragen van de respectieve gefedereerde entiteiten.
Het Waals Gewest en de
Franse Gemeenschap
Sinds de aantreding in de
zomer van 2009 hebben de regeringen van het Waals Gewest en de Franse
Gemeenschap een prioriteit gemaakt van de sanering en de duurzaamheid van de
openbare financiën van beide entiteiten. Ter herinnering, ten gevolge van de
economische recessie in 2009, werden Wallonië en de Franse Gemeenschap
geconfronteerd met een vermindering van hun (institutionele) ontvangsten ten
belope van 1,25 miljard EUR.
Beide regeringen hebben
zich er toe verbonden om hun gezamenlijk vorderingensaldi ten laatste tegen
2015 opnieuw in evenwicht hebben. In het najaar 2009 hebben zij een pakket,
voornamelijk structurele, maatregelen aangenomen met als doel de groei van
de primaire uitgaven te beheersen en de inning van de eigen ontvangsten te
optimaliseren. De omvang van de maatregelen is zo bepaald om enerzijds
Wallonië en de Franse Gemeenschap op pad te zetten naar een evenwicht in
2015 en anderzijds om voor dezelfde periode de financiering van “Marshall
2.Vert” plan, het socio-economische actieplan van de regering gericht op een
economische herlancering van Wallonië en de Franse Gemeenschap, te
verzekeren.
Bij de opstelling van de
initiële begroting 2012 heeft de regering beslist om het gezamenlijk
vorderingensaldo van de beide entiteiten te beperken tot een tekort van
maximum 2,8 % van de ontvangsten van Wallonië en de Franse Gemeenschap
samen. Het nieuwe traject naar een evenwicht, zoals vastgelegd door deze
beslissing, wordt weergegeven in volgende tabel:
TABEL
12
Genormeerd traject - Initiële
begroting 2012 |
|
(in miljoen EUR) |
2012 |
2013 |
2014 |
2015 |
|
Franse Gemeenschap |
-257,9 |
-202,9 |
-101,4 |
0 |
|
Waals Gewest |
-201,7 |
-135,3 |
-67,6 |
0 |
|
TOTAAL |
-459,6 |
-338,2 |
-169,1 |
0 |
|
Opmerking:
voor de jaren 2013 tot 2015 zijn de vastgelegde doelstellingen
voor Wallonië en de Franse Gemeenschap ramingen. |
Bovendien waakt de
regering erover dat de beleidsdomeinen die het meest bijdragen aan de
economische groei worden gevrijwaard: onderwijs, tewerkstellingsbeleid en
vorming, onderzoek, steun aan bedrijven, huisvesting alsook mobiliteit en de
projecten mede gefinancierd door de Europese Unie. Deze benadering blijkt
succesvol te zijn met name omdat het verschil tussen het gemiddelde bbp per
capita van het Waals Gewest en dat van het Rijk is verminderd van -14,92 %
in 2007 tot -11,63 % in 2012. De regering zorgt eveneens ook voor het
bewaren van de houdbaarheid van de financiën van de lokale overheden. Het
financieringsmechanisme door middel van het gemeentefonds werd behouden (de
index verhoogd met 1 %) evenzeer als het beleid ter ondersteuning van lokale
investeringen. Zoals vastgesteld door de analisten van Belfius, zijn de
schulduitgaven per capita in het Waals Gewest in de periode 2007-2011
sneller gedaald dan in de 2 andere gewesten. Ten slotte heeft de regering
ook de solidariteit tussen de Franstalige entiteiten gewaarborgd, door het
verlenen van een uitzonderlijke dotatie in 2010, 2011 en 2012 aan de Franse
Gemeenschapscommissie.
De voornaamste
structurele maatregelen die in 2009 werden aangenomen door de regering en nu
nog steeds van kracht zijn, zijn:
•
vermindering van het aantal ministers;
• vermindering
van 15 % van de uitgaven voor de ministeriële kabinetten bovenop de
besparing van 10 % die reeds in 2005 was doorgevoerd;
• jaarlijkse
vermindering van 3 % van de uitgaven verbonden aan het openbare ambt,
gepaard met een responsabilisering van de hoogste ambtenaren wat betreft
het aanwervingsbeleid;
• vermindering
van 30 % van de uitgaven voor communicatie van het Waals Gewest;
• bevriezing
(nulgroei) van de werkingsdotatie aan het Waals Parlement en het
Parlement van de Franse Gemeenschap;
• bevriezing
van de werkingssubsidies aan de instellingen van openbaar nut en
aanverwanten, alsook monitoring van het gebruik van hun reserves die
mogelijk effect kunnen hebben op het geconsolideerd vorderingensaldo;
• bevriezing
van een aantal zogenaamde facultatieve primaire uitgaven (waarvan de
evolutie niet is gereglementeerd) die samen 1,9 miljard EUR
vertegenwoordigen voor Wallonië en 0,5 miljard EUR voor de Franse
Gemeenschap;
• monitoring
van de investeringsuitgaven.
Naast deze structurele
maatregelen heeft de begrotingscontrole van 2009 ook een aantal nieuwe
beleidsinitiatieven die nog niet van kracht waren, geschrapt.
Op niveau van de Franse
Gemeenschap werd de fasering van een aantal uitgaven die over verschillende
jaren waren gepland (aanpassing van de werkingsdotaties en –subsidies voor
de instellingen van het verplicht onderwijs, herfinanciering van de
universiteiten,…) herzien om de impact op de betrokken periode te
verminderen. De regering heeft eveneens beslist om in de onderwijssector de
leeftijd om te kunnen genieten van de ter beschikkingstelling om
persoonlijke redenen alvorens op pensioen te gaan, op te trekken van 55 naar
58 jaar. Deze maatregel, rekening houdend met een overgangsperiode, zou de
kosten voor het onderwijspersoneel moeten verminderen met 13,5 miljoen EUR
in 2013, 22,2 miljoen EUR in 2014 en 39,7 miljoen in 2015.
De zogenaamde
facultatieve primaire uitgaven ( 1,9 miljard EUR voor het Waals Gewest en
0,5 miljard EUR voor de Franse Gemeenschap) zijn, buiten het feit dat ze
niet meer evolueren sinds 2009, onderworpen aan een aantal besparingen die
bijdragen tot een structurele verbetering van het begrotingstraject:
• Voor
Wallonië:
-
-2,5 %
(ongeveer 50 miljoen EUR) bij de opstelling van de initiële
begroting 2010;
-
-2,5 %
(ongeveer 50 miljoen EUR) bij de opstelling van de initiële
begroting 2012;
-
-1,3 %
(ongeveer 25 miljoen EUR) bij de begrotingscontrole 2012 uitgevoerd
in maart 2012.-
• Voor de
Franse Gemeenschap:
In het kader van de
begrotingscontrole van maart 2012 heeft de Waalse regering besloten een
aantal administratieve blokkeringen in te stellen, voor een bedrag van 23
miljoen EUR (1,3 %), voor de facultatieve primaire uitgaven ter compensatie
een nieuwe verslechtering van de macro-economische omgeving en de negatieve
gevolgen daarvan op de regionale ontvangsten die zouden worden vastgesteld
bij een tweede begrotingscontrole in het derde trimester van 2012.
Naast de uitgaven werden
een aantal maatregelen aangenomen met betrekking tot de ontvangsten voor de
begrotingen 2009, 2010, 2011 en 2012:
•
Milieufiscaliteit:
- herziening van
de toekenningvoorwaarde voor de “eco-bonus” (premie ten voordele van
voertuigen met een lage CO2 emissie) rekening houdend met de
constante verbetering van de prestatie van het Waalse wagenpark
alsook een verstrenging van de eco-malus schaal gericht op de
voertuigen waarvan de CO2 uitstoot boven het regionaal gemiddelde
ligt om zodoende de constante verbetering nog meer te benadrukken;
- herziening van
de belastingsvoet op afval;
- het invoeren
van een nieuwe heffing op de winning van drinkbaar water.
• Voor de
registratierechten bij de overdracht van onroerende goederen: toepassing
van een verminderde belastingniveau voor de verkoop van onroerend goed
waarvan het kadastraal inkomen niet hoger is dan 745 EUR voor het deel
van de verkoopswaarde van het goed dat de drempel voor de toekenning van
sociale hypothecaire lening niet overschrijdt.
• Voor de
registratierechten bij schenking van een onroerend goed: verhoging van
10 % van de belasting wat respectievelijk overeenkomt met een verhoging
van 3 naar 3,3 %, van 5 naar 5,5 % en van 7 naar 7,7 %.
• Wat betreft
kijk- en luistergeld: een beleid gericht op een betere inning. De
inningsgraad is gestegen van 80 % naar 94,7 %.
• Met
betrekking tot de verkeersbelastingen: een akkoord is gesloten tussen de
3 gewesten met betrekking tot de invoering van een wegenvignet voorzien
vanaf 2013.
Voor de begroting 2012
heeft de regering geanticipeerd op de groeivertraging die was ingezet bij
het begin van het derde trimester in 2011. Ze heeft besloten om een
conjunctuurprovisie aan te leggen voor een bedrag van 40 miljoen EUR voor
Wallonië en 88 miljoen EUR voor de Franse Gemeenschap. Deze provisies
maakten het mogelijk om een groot deel van het verlies aan ontvangsten, ten
gevolge van de sterke vermindering van de groei van het bbp in 2012 (van
oorspronkelijk 1,6 % naar 0,1 %), te compenseren. In het kader van de
begrotingscontrole 2012 heeft de regering een conjunctuurprovisie behouden
van 9,4 miljoen EUR voor het Waals Gewest en 13,4 miljoen EUR voor de Franse
Gemeenschap. Deze provisies zullen toelaten om indien nodig een nieuwe
daling in de economische groei te compenseren.
Naast kwantitatieve
maatregelen heeft de regering ook kwalitatieve maatregelen genomen met het
oog op een verbetering van het budgettair beheer. De regering heeft meerdere
budgettaire monitoringsprocedures ingevoerd voor uitgaven van het openbare
ambt, uitgaven voor het onderwijspersoneel, uitkeringen en studiebeurzen,
energiepremies alsook uitgaven in verband met de investeringen voor
afvalverwerking. Sinds 2010 onderhoudt de regering constructieve contacten
met het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) met als doel de recentste
evoluties van de richtlijnen van Eurostat met betrekking tot de ESR 95
normen te integreren in de budgettaire processen. Meer specifiek maken de
nettodeelnemingen en kredietverleningen deel uit van een constante evaluatie
met betrekking tot de definitie van de financiële verrichtingen in ESR
termen. Op basis van advies van het INR zijn een aantal nettodeelnemingen en
kredietverleningen voortaan niet meer gedefinieerd als financiële
verrichtingen in ESR termen. Andere verrichtingen, waarvan het statuut nog
bestudeerd wordt, geven aanleiding tot het aanleggen van provisies bestemd
voor een eventuele herkwalificatie van niet-financiële verrichtingen te
neutraliseren. Deze contacten hebben eveneens toegelaten om de definiëring
van financiële verrichtingen in ESR termen van verschillende regionale
tussenkomsten te bevestigen. Het gewest doet voortaan beroep op het
voorafgaand advies van het INR om zodoende een correcte verrekening in ESR
termen te realiseren. Het schuldbeheer en de dekking van de
financieringsbehoefte is eveneens het onderwerp geweest van verschillende
verbeteringen met betrekking tot het beter controleren van de renterisico’s,
het afvlakken van de aflossingen, diversifiëren van de tegenpartijen, groei
van de mededinging, diversifiëren van de financieringsmiddelen, verhogen van
de heractivering, wegwerken van de achterstand om zo de
financieringsvoorwaarden verbeteren in een precair financiële context.
Sinds 2009 heeft de
regering van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap steeds gewaakt over
het respecteren van de budgettaire objectieven die haar waren opgelegd in
het kader van het overleg tussen de Federale Staat en de deelstaten. Voor de
jaren 2009 en 2010 zijn de objectieven van het stabiliteitsprogramma tussen
de verschillende beleidniveaus vastgelegd in een akkoord. In 2010 heeft
regering beslist om een deel van de nieuwe inkomsten, ten gevolge van de
economische heropleving, aan te wenden voor de vermindering van de
financieringsbehoefte, dit voor een bedrag van 100 miljoen EUR. Voor de
jaren 2011 en 2012 werd de verdeling van de objectieven besproken in de
interministeriële conferentie van begroting en financiën. Er is geen formeel
akkoord getekend, toch zijn de deelstaten ertoe verbonden om hun tekorten te
beperken overeenstemmend met de doelstellingen uit het
stabiliteitsprogramma. Voor 2011 heeft de regering van het Waals Gewest en
de Franse Gemeenschap haar gezamenlijke financieringsbehoefte beperkt tot
-563,6 miljoen EUR wat een verbetering is van 252,1 miljoen EUR ten opzichte
van de doelstelling van -815,4 miljoen EUR die was overeengekomen met de
federale regering. Op basis van de beschikbare cijfers zal deze marge van
252 miljoen EUR voldoende zijn om de tussenkomsten te dekken, zonder af te
wijken van het stabiliteitsprogramma, ten voordele van de Dexia Holding of
zijn aandeelhouders in 2011.
Ten slotte verbindt de
regering van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap zich er toe om een
permanente monitoring te houden met betrekking tot de openbare financiën van
beide entiteiten.
De Vlaamse Gemeenschap
Begrotingsopmaak 2012
(september 2011)
De initiële begroting
2012 is opgesteld op basis van de door het Federaal Planbureau in september
2011 ingeschatte economische groei m.b.t. 2011 en 2012 van resp. 2,4 % en
1,6 %. T.o.v. 2011 neemt de bruto beleidsruimte toe met 1,14 miljard EUR
omwille van verhoogde ontvangsten en een bijgestelde inschatting van de
onderbenutte kredieten. Voor het begrotingsjaar 2012 werden de ESR
gecorrigeerde ontvangsten op 26,9 miljard EUR begroot. Dat is 1,0 miljard
EUR of 4,0 % meer dan bij de begrotingscontrole 2011 die op 25,9 miljard EUR
uitkwam.
De bruto beleidsruimte
wordt vooreerst aangewend voor het zogenaamde constant beleid ten belope van
763 miljoen EUR.
Voor het effect van de
indexatie dient er 418 miljoen EUR extra te worden uitgetrokken t.o.v. de
begrotingscontrole 2011. Die kredieten zijn enerzijds nodig voor het op
kruissnelheid brengen van de overschrijding van de spilindex in april 2011
en de verwachte overschrijding van de spilindex in februari 2012 en het
aanleggen van een buffer voor een eventuele overschrijding van de spilindex
in oktober 2012. Anderzijds worden ook de loon- en werkingskredieten buiten
het systeem van de indexprovisie met 2 % aangepast.
Voor de overige uitgaven
bij constant beleid, zoals bijvoorbeeld de decretale groei van het
gemeentefonds, de evolutie van de loonuitgaven bij onderwijs, de
Aquafinfactuur, dient er 284 miljoen EUR te worden uitgetrokken.
Tot slot wordt de bruto
beleidsruimte voor 55 miljoen EUR aangewend door het wegvallen van de
eenmalige aanwending in 2011 van de reserves van het Vlaams Woningfonds (25
miljoen EUR) en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (30 miljoen EUR).
De resterende netto
beleidsruimte van 378 miljoen EUR wordt op zijn beurt aangewend voor:
- de reeds
aangekondigde maatregelen ter stimulering van de arbeidsdeelname van
laagverdieners naar aanleiding van de afschaffing van de jobkorting ten
belope van 38,4 miljoen EUR;
- het instellen van
een conjunctuurbuffer van 40 miljoen EUR;
- het instellen van
een provisie met 60 miljoen EUR beleidskredieten en 70 miljoen EUR
betaalkredieten voor het opvangen van de eventuele budgettaire gevolgen
van de invoering van het Rekendecreet enerzijds en dringende
investeringen uitgaven anderzijds;
- 230 miljoen EUR
nieuwe initiatieven conform de uitvoering van het Regeerakkoord.
Per saldo sluit de
Vlaamse regering de begroting af met een positief vorderingensaldo van 0,7
miljoen EUR.
1ste
begrotingsaanpassing 2012 (februari 2012)
De eerste
begrotingsaanpassing werd in februari 2012 doorgevoerd. Bij de opmaak van de
begroting voor 2012 ging het federale Planbureau in september vorig jaar nog
uit van een economische groei van 1,6 %. De recentste ramingen van het
Planbureau geven aan dat de economische groei voor 2012 nagenoeg stilvalt
tot 0,1 % terwijl de inflatieverwachtingen verder oplopen. Ook de groei voor
2011 is naar beneden aangepast.
Die aanpassingen hebben
gevolgen voor zowel de middelen- als de uitgavenbegroting van Vlaanderen.
Op basis van de door het
Planbureau bijgestelde groei voor 2011 en 2012 van resp. 1,9 % en 0,1 %
worden de middelen verkregen uit de bijzondere financieringswet nu op 19,73
miljard EUR begroot, wat een afname met 308 miljoen EUR ten opzichte van de
begrotingsopmaak 2012 betekent.
Voor de gewestbelastingen
worden de ontvangsten geraamd op 4,97 miljard EUR, ofwel een netto-afname
met 82,7 miljoen EUR. Bij ongewijzigd beleid dalen de gewestbelastingen met
172,7 miljoen EUR. Hiertegenover staan extra ontvangsten ten belope van 60
miljoen EUR bij de successierechten omwille van het inkorten van de
aangiftetermijn met 1 maand en 30 miljoen EUR bij de registratierechten door
het verhogen van registratierechten in geval van verdelingen met 1
procentpunt.
Tot slot wordt in 2012
nog meevaller van 57,9 miljoen EUR ingeschreven daar een deel van de in 2011
voorziene verkoop van gronden en installaties door de Vlaamse
Milieumaatschappij aan Aquafin niet kon uitgevoerd worden in 2011.
Samenvattend kunnen we
stellen dat de ESR-gecorrigeerde ontvangsten van de Vlaamse overheid 332,7
miljoen EUR lager ingeschat worden dan bij de begrotingsopmaak 2012.
De beleidsruimte neemt
evenwel nog verder af met 56,7 miljoen EUR omwille van de effecten van de
verhoogde inflatieramingen op de uitgavenkredieten. De uitgaven worden
immers (al dan niet gedeeltelijk) gekoppeld aan de evolutie van de
gezondheidsindex. De recente ramingen voor de gezondheidsindex bedragen 2,7
% in 2012 wat 0,7 %-punt hoger is dan de raming bij de begrotingsopmaak
2012.
De meerkost van een
verhoging van de indexatieparameter van 2 % naar 2,7 % bedraagt 15 miljoen
EUR voor de loongebonden kredieten en 16,5 miljoen EUR voor de niet -
loongebonden kredieten. De verhoogde raming voor de gezondheidsindex 2012
betekent ook een vroegere eerste indexsprong in januari 2012 (vs februari
2012 zoals geraamd bij de begrotingsopmaak) en een tweede indexsprong in
oktober 2012. De meerkost hiervan bedraagt 45,2 miljoen EUR die voor 20
miljoen EUR opgevangen kan worden door de buffer op de indexprovisie. Netto
moet er dus 25,2 miljoen EUR extra ingeschreven worden.
Naast deze tegenvallers
aan ontvangsten- en uitgavenzijde wordt de beleidsmarge enerzijds uitgebreid
door een verhoogde inschatting van de onderbenutting op de ter beschikking
gestelde kredieten met 27,2 miljoen EUR maar anderzijds ingeperkt door een
verhoging van het overschot met 7,4 miljoen EUR.
De totale beleidsruimte
neemt derhalve per saldo met 369,6 miljoen EUR af. Teneinde het
begrotingsevenwicht te vrijwaren werd er dus, bovenop de discretionaire
maatregelen bij de gewestbelastingen, voor eenzelfde bedrag bespaard op de
uitgavenkredieten:
- in eerste instantie
heeft de Vlaamse regering eind 2011 al een aantal maatregelen
doorgevoerd die de inspanning voor 2012 zouden verlichten. Zo werden
voor in totaal 89,4 miljoen EUR facturen betaald die pas in 2012 werden
verwacht;
- een tweede
inspanning werd gevonden in het voorzichtige begrotingsbeleid zoals dat
de afgelopen jaren werd gevoerd, dankzij de aanleg van een hele reeks
buffers. Die buffers worden gedeeltelijk aangesproken om het tekort te
verminderen, in de mate dat de onzekerheden waarvoor deze buffers zijn
ingeschreven verminderd zijn. De conjunctuurbuffer wordt teruggebracht
met 24 miljoen EUR. Er blijft derhalve 16 miljoen EUR over in de
conjunctuurprovisie. De buffer voor betaalincidenties wordt
teruggebracht van 50 miljoen EUR naar 30 miljoen EUR. Op het Vlaams
Fonds voor Lastendelging wordt 41,8 miljoen EUR gevonden. Bij de
ingeschreven buffers voor de toepassing van het Rekendecreet en
dringende investeringen wordt 10 miljoen EUR aan vereffeningskrediet
gehaald. Ten slotte kan de rentebuffer, dankzij effectief lagere rentes
op de markt, ook met 17,5 miljoen EUR worden aangesproken;
- als laatste
inspanning werd in diverse domeinen een reeks besparingsmaatregelen
doorgevoerd, die samen goed zijn voor 167 miljoen EUR. Het grootste deel
van de inspanning levert de Vlaamse Regering door uitgaven op apparaat
te drukken voor in totaal 104,2 miljoen EUR. Dat bedrag wordt concreet
gerealiseerd door het bevriezen van de niet-loonkredieten in 2012 op het
niveau van 2011 (goed voor 76,8 miljoen EUR), een besparing van 10,5
miljoen EUR op de niet-loonkredieten en een besparingsvoorstel van het
College van Ambtenaren-Generaal op de personeels- en
personeelsgerelateerde kredieten van 16,85 miljoen EUR. De strategische
investerings-, opleidingssteun en investeringssteun wordt hervormd tot
een strategische transformatiesteun. Via een meer gerichte inzet van die
ondersteuningsinstrumenten wordt binnen het Fonds voor Flankerend
Economisch Beleid een recurrente minderuitgave van 20 miljoen EUR
gerealiseerd. Door een latere inwerkingtreding van de maatregelen
vernieuwd sociaal beleid wordt een besparing gerealiseerd van 30 miljoen
EUR.
Tot slot dient nog
benadrukt dat de Vlaamse Regering haar beleid van voorzichtig en
vooruitziend begroten verder aanhoudt door nog 106 miljoen EUR aan buffers
over te houden voor eventuele tegenvallers in 2012.
Per saldo sluit de
Vlaamse Regering de begroting af bij de eerste begrotingsaanpassing met een
positief vorderingensaldo van 10,9 miljoen EUR. Hierbij kan de Vlaamse
Regering ook het gros van haar nieuw beleid voor 2012 (200 miljoen EUR)
handhaven en aldus bijdragen tot een versteviging van het economisch
draagvlak. Alleen de opstap naar het vernieuwde Vlaamse sociaal beleid wordt
uitgesteld. Er werden ook beslissingen genomen die positieve effecten hebben
op de begrotingen van de komende jaren (zie verder).
Er is ook nog een 2de
begrotingsaanpassing voorzien die wordt afgerond eind april.
Zoals
gebruikelijk bewaakt een monitoringcomité vervolgens de evolutie van de
uitgaven en ontvangsten voor het betrokken begrotingsjaar.
Maatregelen op
middellange termijn
Naar aanleiding van de
1ste begrotingsaanpassing 2012 heeft de Vlaamse Regering een aantal
maatregelen genomen die het vorderingensaldo de komende jaren positief
zullen beïnvloeden en aldus de begroting in evenwicht moeten houden:
• Vervroegd
uittreden in onderwijs (regime van ter beschikking stelling (TBS)) wordt
afgebouwd:
Voor kleuteronderwijzers die geboren zijn op 1 januari 1957 of later
(jonger dan 55 jaar op 31 december 2011), wordt de bestaande
TBS-regeling beperkt tot 2 jaar die de datum waarop het personeelslid
recht heeft op een pensioen ten laste van de openbare schatkist,
voorafgaat.
Voor de overige personeelsleden die geboren zijn op 1 januari 1955 of
later (jonger dan 57 jaar op 31 december 2011), wordt de TBS-regeling
afgeschaft.
Het wachtgeld voor alle nieuwe instappers de TBS-regeling
zal ook worden verminderd.
• In het kader
van de begrotingsopmaak 2013 zal met ingang van 1/1/2013 naar het
voorbeeld van de Franse Gemeenschap ook voor de Vlaamse Gemeenschap
inclusief onderwijs het maximum aantal ziektedagen dat kan gecumuleerd
worden (als voorafname op het pensioen) beperkt worden tot 180 werkdagen
of 250 kalenderdagen.
• De
besparingsdoelstelling inzake het verminderen van het aantal Vlaamse
ambtenaren wordt verhoogd van 5 % naar 6 % in 2014.
• De
kostendekkingsgraad van De Lijn moet stijgen met 0,5 % punt per jaar van
de beheersovereenkomst. Vanaf 2013 en volgende zal dit onder meer
gebeuren via maatregelen langs de inkomstenzijde.
Het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest
De begrotingsopmaak en
-aanpassing 2011 hield rekening met een begrotingstekort van 313 miljoen EU.
Bij de begrotingsopmaak 2012 werd het begrotingstekort teruggebracht tot 254
miljoen EUR, hetzij een vermindering met ongeveer 20 % ten opzichte van de
doelstelling 2011. Omdat op federaal niveau een akkoord bereikt werd met
betrekking tot een correcte financiering van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest, gaat het Gewest mee in een meerjarentraject om te komen tot een
begrotingsevenwicht.
Naast de afbouw van het
begrotingstekort wordt er in de begroting 2012 inglobo werk gemaakt van de
afbouw van het encours binnen de diensten van de Regering. Er worden voor
ongeveer 70 miljoen EUR meer vereffeningskredieten voorzien dan
vastleggingskredieten.
Naar de prioritaire
uitdagingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toe: met name de
demografische groei die op ons afkomt, tewerkstelling en vorming alsook
mobiliteit, zitten vervat in de begroting 2012:
- meer dan 50 miljoen
EUR extra voor een mobiliteitsbeleid;
- een versterking met
meer dan 20 miljoen EUR ten voordele van de New Deal en van het
tewerkstellingsbeleid;
- de nodige middelen
teneinde de financiering van 3500 nieuwe schoolplaatsen te garanderen.
Hoewel met betrekking tot
de uitvoering 2011, het exacte ESR-tekort nog niet gegeven kan worden, kan
gesteld worden dat de vooropgestelde doelstelling van -313 miljoen EUR zeker
gehaald zal worden. Dit resultaat houdt ook rekening met de budgettaire
gevolgen tengevolge van de vrijwillige vereffening van de Gemeentelijke
Holding. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betekende dit dat een
bijkomend tekort van 97,5 miljoen EUR diende gecompenseerd te worden bij
uitvoering van de begroting 2011.
De Duitstalige
Gemeenschap
De financiële crisis
heeft gevolgen voor de overheidsbegrotingen en op de economische
vooruitzichten op middellange termijn. Daarom wil de regering van de
Duitstalige Gemeenschap verschillende maatregelen nemen om in 2015 een
begroting in evenwicht te halen. Zij wil vermijden dat de tewerkstelling
vermindert. Ze zal volgende maatregelen nemen:
a) vermindering van de
loonkosten:
- Voor het personeel
van de diensten van de Duitstalige Gemeenschap, met inbegrip van het
onderwijzend personeel:
- worden de
weddeschalen tijdelijk verminderd met 1 % in 2013 en bijkomend nog
eens met 1 % in 2014; in 2018 en 2019 zal deze maatregel ongedaan
worden gemaakt. Over de concrete uitvoering onderhandelt de regering
momenteel met de vakbonden. Tegen midden april wordt de uitkomst van
de onderhandelingen verwacht;
- hervorming van
het stelsel van cumul van ziektedagen in het openbaar ambt;
- Regering en
Parlement:
- de wedden van
de Ministers en de Parlementsvoorzitter worden voorgoed verminderd
met 2 %.
b) vermindering van de
werkingskosten en toelagen
- diensten van de
regering:
Apparaatkosten worden verminderd met 10 % voor zover ze niet
verbonden zijn aan lopende contracten;
- dotaties aan lokale
overheden:
de evolutie van de dotaties in 2013 en 2014 wordt beperkt tot
een aanpassing aan de index;
- instellingen van
openbaar nut:
de dotaties voor 2013 en 2014 worden bevroren op het
bedrag dat is uitgetrokken voor 2012;
- instellingen die
betoelaagd worden volgens een beheersovereenkomst die geldt tot in 2014:
hun toelage voor 2015 wordt beperkt tot het bedrag van de toelage die
hen is toegekend in 2014.
De Franse
Gemeenschapscommissie
De FGC heeft te lijden
aan een structurele onderfinanciering die de begrotingstoestand sedert jaren
ondermijnt. De instelling beschikt immers niet over een fiscale capaciteit
en is bijgevolg afhankelijk van institutionele dotaties.
Met deze situatie in het
achterhoofd werd een strategie ontwikkeld sedert 2009 om terug te keren naar
een evenwicht aan de hand van een tweeledig mechanisme: de uitgaven
beheersen en vertrouwen op de solidariteit van de belangrijkste
institutionele financiers (de Franse Gemeenschap en het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest). Daarnaast heeft de FGC gedurende vele jaren een
structurele herfinanciering geëist van de federale overheid. In het kader
van de VI° Institutionele Hervorming werd een herfinanciering bekomen die
voor de jaren 2012 tot 2015 gespreid wordt over geïndexeerde en aan de groei
gekoppelde schijven van 8 miljoen EUR per jaar. In 2016 zal de volledige
herfinanciering van 32 miljoen gehaald worden op een geraamd jaarlijks
budget van 380 miljoen EUR.
De geleverde inspanningen
en de bekomen herfinanciering laten de FGC toe de toekomst met een meer
gerust gemoed tegemoet te kijken. Het normatief traject van de HRF voorziet
voor de FGC een tekort van 11,5 miljoen EUR voor 2012. Bij de initiële
begroting had de FGC een tekort voorzien van 1,5 miljoen EUR. De FGC heeft,
overeenkomstig haar eigen traject om terug keren naar een evenwicht sedert
2009, systematisch een tekort dat gelijk of kleiner was dan hetgeen
“toegelaten” was door de HRF opgetekend, zoals geillustreerd wordt in
onderstaande tabel:
TABEL
13
Traject Franse Gemeenschapscommissie |
|
(in miljoen EUR) |
Tekort toegelaten door de HRF |
Tekort ingeschreven bij de initiële
begroting |
|
2009 |
4,0 |
4,0 |
|
2010 |
2,0 |
2,0 |
|
2011 |
8,1 |
2,0 |
|
2012 |
11,5 |
1,5 |
Voor 2012 moet er echter
rekening gehouden met een belangrijk punctueel element. Het College van de
Franse Gemeenschapscommissie heeft met een beslissing van 26 januari 2012
het IBFFP (Bruxelles-Formation, eenInstelling van openbaar nut (ION)
geïntegreerd in de consolidatieperimeter van de FGC) toegestaan een gebouw
te verwerven teneinde er haar opleidingen te organiseren en in de toekomst
haar huurlasten te verminderen en het aanbod van beroepsopleiding in het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren. Deze aankoop zal een direct
gevolg hebben op de vorderingensaldo in 2012, terwijl dit toch binnen de
door de HRF vastgelegde norm zal worden gehouden. Deze “one shot”-operatie
zal vanaf 2013 toelaten om structurele besparingen te realiseren op de
begroting van de ION van de FGC waardoor die laatste terug zal keren op het
originele traject naar een evenwicht;
Het doel van het College
van de Franse Gemeenschapscommissie is immers een evenwicht te bereiken in
de initiële begroting 2013 of ten laatste 2014, daarbij rekening houdende
met inflatie- en groeiparameters. Om dit te verwezenlijken heeft de FGC op
17 november 2011 een meerjarenraming aangenomen, gebaseerd op de strenge
parameters voor de groei van de uitgaven en voorzichtige hypothesen voor de
ontvangsten.
Tegelijk met de
structurele controlemaatregelen voor de uitgaven werd er een aantal jaren
geleden een systeem van monitoring van de uitvoering van de begroting
opgezet. Een begrotingscontrole vindt elk jaar plaats tijdens de eerste
maanden van het jaar en kan aanpassingen met zich teweeg brengen. Er wordt
overigens systematisch een aanpassing doorgevoerd tegen het einde van het
jaar, tegelijk met het opstellen van de initiële begroting van het volgende
jaar. Dit monitoringsysteem heeft reeds bewezen efficiënt te zijn en heeft
toegelaten om de afgelopen jaren het tekort onder controle te houden.
|