Voor de periode 2009-2011 is de economische context
waarnaar dit programma verwijst dezelfde als die van de vooruitzichten
op middellange termijn van oktober 2007 van het Federaal Planbureau,
afgezien van enige beperkte aanpassingen.
Aangezien deze vooruitzichten niet zo recent
zijn, zijn een aantal elementen waarop zij gebaseerd werden, niet meer
volledig actueel.
De internationale context die in de
vooruitzichten van het Planbureau gebruikt werd, is die van de
vooruitzichten op middellange termijn van mei 2007 van de OESO. Een
aantal basishypothesen die vroeger in aanmerking genomen werden, zijn nu
achterhaald. Er werd bijvoorbeeld uitgegaan van een gemiddelde olieprijs
van 74,98 dollar per vat Brent in 2008 en van een op 1,39 dollar
gestabiliseerde koers van de euro van 2008 tot 2011. De overeenkomende
hypothesen in de Economische Begroting van januari 2008 zijn 89,48
dollar per vat Brent en 1,44 dollar per euro.
Sinds de opstelling van deze vooruitzichten op
middellange termijn zijn de groeivooruitzichten voor 2008 in de
Economische Begroting van januari neerwaarts bijgesteld van 2,1% tot
1,9%. Het prijsverloop is ook gewijzigd.
Dit heeft tot gevolg dat, in het bijzonder voor
2009, de in het programma gebruikte vooruitzichten op middellange
termijn eerder beschouwd kunnen worden als een coherent en plausibel
macro-economisch referentiekader voor een normatieve oefening, waarvan
de details nog moeten afgewerkt worden, dan als vooruitzichten in de
enge zin.