NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2008 - 2011

 
 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image De economische context

De economische context (inleiding)

De Begroting 2008, waarvan de voorbereiding in bijzondere omstandigheden gebeurde, werd begin maart 2008 afgewerkt. Zij werd, wat de conjuncturele context betreft, zoals gebruikelijk opgemaakt op basis van de Economische Begroting die op 8 januari 2008 opgesteld was door het Instituut voor de Nationale Rekeningen.

Teneinde deze vooruitzichten op te stellen, heeft het Federaal Planbureau, wat de internationale context betreft, zich vooral gebaseerd op de verwachtingen die voortvloeien uit de vooruitzichten van december 2007 van de OESO.

De globale economische toestand en de groeiperspectieven op korte termijn zijn begin 2008 bijzonder onduidelijk. Het conjuncturele kader dat in aanmerking genomen werd voor de opmaak van de Begroting, is redelijk gebleken op basis van de gegevens die beschikbaar waren op het ogenblik dat de Begroting werd voorbereid.

Sinds het einde van de zomer van 2007 waren er aanhoudende turbulenties op de financiële markten. De weerslag van deze turbulenties op de reële economie is ongetwijfeld merkbaar maar zowel de duur als de omvang daarvan kunnen moeilijk nauwkeurig geëvalueerd worden. De belangrijkste gevolgen treffen de Amerikaanse economie. Volgens de tussentijdse evaluatie van midden maart van de OESO, zou de groei van de Amerikaanse economie in de eerste helft van het jaar ongeveer nul blijven. Wat de erop volgende periode betreft, blijft de weerslag van de door de Amerikaanse monetaire en fiscale autoriteiten genomen maatregelen om de activiteit te steunen, zeer onduidelijk. Globaal gezien lijkt het noodzakelijk de economische groeivooruitzichten in de VS duidelijk naar beneden bij te stellen ten opzichte van de cijfers die eind 2007 uitgebracht werden.

Anderzijds lijkt het dat de opkomende economieën en China in het bijzonder tot nu toe relatief gespaard zijn van de uit de “subprime-crisis” voortvloeiende moeilijkheden op de financiële markten, en, overeenkomstig de verwachtingen, vertraagt het groeitempo er hooguit licht ten opzichte van de uitzonderlijke resultaten van 2007.

Hoewel hun vooruitzichten zeer voorzichtig zijn omdat met talrijke risicofactoren rekening wordt gehouden, wijzen zowel de Europese Commissie (February Interim Forecast) als de OESO (March Interim Assessment) erop dat de Europese economieën relatief robuust zijn, zelfs al stelt de OESO dat in de eurozone “growth is set to remain on the low side of potential for some time”.

De indicatoren van het consumenten- en ondernemersvertrouwen dalen sinds augustus 2007 zowel in de eurozone als in de hele Europese Unie. Het vertraagde groeitempo heeft zich in het vierde kwartaal van 2007 geuit, met een bbp-stijging van slechts 0,4% in de eurozone ten opzichte van het vorige kwartaal. Zowel de binnenlandse vraag als de buitenlandse handel zijn langzamer toegenomen. De particuliere consumptie ondervindt de weerslag van de gestegen inflatie die verband houdt met de sterke verhoging van de energie- en voedselprijzen. Zij wordt echter ondersteund door de nog steeds gunstige toestand op de arbeidsmarkt. Daarnaast zijn de hoge winstgevendheid en de gezonde financiële toestand van de ondernemingen positieve factoren. De bijdrage van de uitvoer tot de groei zou beïnvloed moeten worden door de vertraagde Amerikaanse economie en waarschijnlijk door de sterkte van de euro. Tot op heden blijkt zij echter goed weerstand te bieden in de context van een wereldgroei die ondanks alles uitgesproken blijft.

Op basis van de gegevens die midden maart in haar bezit waren, heeft de OESO voor de grote Europese economieën in elk geval haar groeivooruitzichten voor 2008 bijna niet gewijzigd ten opzichte van de ramingen van december 2007. Deze ramingen komen overeen met de aangepaste vooruitzichten van februari 2008 van de Commissie.

De internationale economische context die gebruikt werd in de Economische Begroting van januari 2008, bleef dus een globaal geldige referentie bij de opmaak van de Begroting. Toch zijn de onzekerheden mettertijd waarschijnlijk vergroot en wijzen de risicofactoren thans sterker op resultaten die mogelijk minder gunstig zijn dan verwacht. Volgens de macro-economische vooruitzichten van maart van de ECB, die nog niet beschikbaar waren bij de opstelling van de Begroting, is bijvoorbeeld een mogelijke conjuncturele vertraging waarschijnlijker, die iets aanzienlijker zou zijn dan verwacht op het einde van 2007.  

Last update : 04-06-2008
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy