Zoals de meeste West-Europese landen wordt België
geconfronteerd met belangrijke veranderingen in de leeftijdsstructuur van
zijn bevolking. Het gecumuleerd effect van de daling van de
vruchtbaarheidsgraad enerzijds en de aanzienlijke stijging van de
levensverwachting anderzijds leidt nu al tot wijzigingen in de
leeftijdsstructuur, en dit zal in de periode na 2010 nog meer het geval
zijn. Hierdoor zal een kleiner aantal actieven in de toekomst de sociale
uitkeringen moeten financieren voor een toenemend aantal niet-actieve
personen.
Om op middellange termijn te zorgen voor het behoud
van een voldoende hoog collectief welvaartsniveau werd een coherente
strategie ontwikkeld. Deze omvat naast een gerichte budgettaire politiek ook
belangrijke economische en sociale beleidslijnen.
Reeds in 2001 werd een wet aangenomen tot waarborging
van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting
van een Zilverfonds (wet van 5 september 2001), met daaraan gekoppeld de
verplichting jaarlijks een zilvernota op te maken. Deze wet concretiseert
het belang dat België hecht aan het op lange termijn garanderen van een
doelmatige sociale bescherming in het algemeen en van de pensioenen in het
bijzonder.